Maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de ... - AgEcon Search
Maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de ... - AgEcon Search
Maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de ... - AgEcon Search
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
<strong>Maatschappelijke</strong> <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong><br />
<strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij<br />
Een verkenning naar een MKBA in een mariene omgeving
<strong>Maatschappelijke</strong> <strong>kosten</strong><strong>batenanalyse</strong><br />
<strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij<br />
Een verkenning naar een MKBA in een mariene<br />
omgeving<br />
F.C. Buisman<br />
B.I. <strong>de</strong> Vos<br />
Mei 2008<br />
Rapport 2008-005<br />
LEI, Den Haag
2<br />
Het LEI kent <strong>de</strong> werkvel<strong>de</strong>n:<br />
Internationaal beleid<br />
Ontwikkelingsvraagstukken<br />
Consumenten en ketens<br />
Sectoren en bedrijven<br />
Milieu, natuur en landschap<br />
Rurale economie en ruimtegebruik<br />
Dit rapport maakt <strong>de</strong>el uit van het werkveld Rurale economie en ruimtege-<br />
bruik.<br />
Foto: Julio Chamorro Solis
<strong>Maatschappelijke</strong> <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong> <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij<br />
Een verkenning naar een MKBA in een mariene omgeving<br />
Buisman, F.C. en B.I. <strong>de</strong> Vos<br />
Rapport 2008-005<br />
ISBN/EAN 9789086152261 Prijs € 15 (inclusief 6% btw)<br />
70 p., fig., tab., bijl.<br />
Een MKBA is een belangrijk evaluatie-instrument bij grote (infrastructurele) projecten.<br />
De meeste van <strong>de</strong> investeringsprojecten waar<strong>voor</strong> een MKBA wordt<br />
uitgevoerd, vin<strong>de</strong>n echter op het land plaats. Het uitvoeren van een MKBA<br />
<strong>voor</strong> projecten in een mariene omgeving, brengt an<strong>de</strong>re waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken<br />
met zich mee. Deze wor<strong>de</strong>n in dit rapport behan<strong>de</strong>ld aan <strong>de</strong> hand van<br />
<strong>de</strong> visserijcase.<br />
An SCBA is an important valuation instrument for big infrastructural projects.<br />
However, most of the investment projects for which an SCBA is performed<br />
are land-based projects. Performing an SCBA for projects in a marine environment<br />
involve other valuation issues. These are studied in this report based<br />
on the fisheries.<br />
Bestellingen<br />
Telefoon: 070-3358330<br />
E-mail: publicatie.lei@wur.nl<br />
© LEI, 2008<br />
Overname van <strong>de</strong> inhoud is toegestaan, mits met dui<strong>de</strong>lijke bronvermelding.<br />
Het LEI is ISO 9000 gecertificeerd.<br />
3
4<br />
Inhoud<br />
Woord <strong>voor</strong>af 6<br />
Samenvatting 7<br />
Summary 10<br />
1 Inleiding 13<br />
1.1 Aanleiding 13<br />
1.2 Doelstelling 15<br />
1.3 Vraagstelling 15<br />
1.4 Leeswijzer 15<br />
2 Effecten van verschillen<strong>de</strong> visserijmetho<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> ecologische<br />
functies van <strong>de</strong> Noordzee 16<br />
2.1 Inleiding 16<br />
2.2 Impact van <strong>de</strong> boomkorvisserij op het ecosysteem 16<br />
2.3 Effecten van verschillen<strong>de</strong> vistuigen op ecologische functies 22<br />
2.4 Interacties tussen visserij en an<strong>de</strong>re sectoren in het Noordzeegebied 28<br />
3 Economische effecten van <strong>de</strong> visserij 30<br />
3.1 Inleiding 30<br />
3.2 Marktwaar<strong>de</strong> en toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> 30<br />
3.3 Externe effecten 31<br />
4 Sociaal-culturele effecten van <strong>de</strong> visserij 34<br />
4.1 Inleiding 34<br />
4.2 De waar<strong>de</strong> van cultuur erfgoed (stock) 35<br />
4.3 De waar<strong>de</strong> van cultureel kapitaal (niet-tastbaar, flow) 36<br />
4.4 Sociaal-culturele waar<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> visserijsector 38<br />
5 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong> binnen een MKBA en <strong>de</strong> geschiktheid <strong>voor</strong><br />
Visserijspecifieke vraagstukken 40<br />
5.1 Inleiding 40<br />
5.2 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n 40
5.3 De rol van stakehol<strong>de</strong>rs in een MKBA 47<br />
5.4 Waar<strong>de</strong>ring van visserijeffecten (enkele <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n) 48<br />
6 Stappenplan MKBA-visserij 54<br />
6.1 Inleiding 54<br />
6.2 Stappenplan <strong>voor</strong> uitvoering van een MKBA-visserij 55<br />
Literatuur 58<br />
Bijlagen<br />
1 Samenvatting van <strong>de</strong> impact van <strong>de</strong> boomkorvisserij op <strong>de</strong><br />
bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n 61<br />
2 Dieselolieverbruik per pk-klasse 64<br />
3 Solvabiliteit kottervloot 65<br />
4 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n 66<br />
5 Effecten, functies en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n 68<br />
5
6<br />
Woord <strong>voor</strong>af<br />
<strong>Maatschappelijke</strong> <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong> (MKBA) speelt, zowel nationaal als internationaal,<br />
in toenemen<strong>de</strong> mate een rol bij beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie.<br />
Het LEI heeft in het recente verle<strong>de</strong>n ervaring opgedaan met het<br />
uitvoeren van MKBA's <strong>voor</strong> diverse cases op het gebied van landbouw en natuur.<br />
Er is echter nog weinig ervaring met betrekking tot het uitvoeren van een<br />
MKBA <strong>voor</strong> projecten in een mariene omgeving.<br />
Met <strong>de</strong> vorming van Wageningen Marien ontstond er behoefte dit instrument<br />
aan te scherpen, in het bijzon<strong>de</strong>r <strong>voor</strong> <strong>de</strong> activiteiten die relatie hebben<br />
met <strong>de</strong> Noordzee, die steeds meer het multi-user/multi-stakehol<strong>de</strong>r karakter<br />
van <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>nzee krijgt. Waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken op zee verschillen van<br />
waar<strong>de</strong>ringen op land, met name wanneer het gaat om <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van externe<br />
effecten. De effecten op zee zijn veelal moeilijker te waar<strong>de</strong>ren omdat<br />
ze buiten <strong>de</strong> directe belevingswereld van <strong>de</strong> burger vallen.<br />
In dit rapport staan waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken met betrekking tot effecten<br />
van en op <strong>de</strong> visserij op <strong>de</strong> Noordzee centraal. On<strong>de</strong>rzocht wordt welke effecten<br />
van belang zijn en welke metho<strong>de</strong>n geschikt zijn om <strong>de</strong>ze effecten te<br />
waar<strong>de</strong>ren. Tot slot is een stappenplan ontworpen dat doorlopen kan wor<strong>de</strong>n<br />
bij het uitvoeren van een MKBA <strong>voor</strong> projecten in een mariene omgeving.<br />
Het on<strong>de</strong>rzoek is uitgevoerd door Birgit <strong>de</strong> Vos en Erik Buisman. De auteurs<br />
danken Krijn Poppe en Ernst Bos <strong>voor</strong> hun commentaar en advies.<br />
Prof.dr.ir. R.B.M. Huirne<br />
Algemeen Directeur LEI
Samenvatting<br />
In dit rapport wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n verkend <strong>voor</strong> <strong>de</strong> uitvoering van een<br />
maatschappelijke <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong> (hierna MKBA) <strong>voor</strong> <strong>de</strong> functie visserij<br />
uitgeoefend op <strong>de</strong> Noordzee. In discussies omtrent het gebruik van evaluatieinstrumenten<br />
bij het on<strong>de</strong>rsteunen van <strong>de</strong> politieke besluitvorming omtrent<br />
grote investeringsprojecten neemt <strong>de</strong> MKBA steeds meer een centrale positie<br />
in (Bos, 2004).<br />
De meeste van <strong>de</strong> investeringsprojecten waar<strong>voor</strong> een MKBA wordt uitgevoerd,<br />
vin<strong>de</strong>n echter op het land plaats (bij<strong>voor</strong>beeld: 'Rondje Randstad', Betuwelijn,<br />
Horstermeerpol<strong>de</strong>r). Er is nog weinig bekendheid met het uitvoeren<br />
van een MKBA <strong>voor</strong> projecten in een mariene omgeving, al zijn hier wel enkele<br />
aanzetten toe gedaan (zie: Forkink et al., 2004; Van Oostenbrugge et al.,<br />
2006; De Vos et al., 2006). Waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken op zee verschillen van<br />
waar<strong>de</strong>ringen op land, met name wanneer het gaat om <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van externe<br />
effecten. De effecten op zee zijn veelal moeilijker te waar<strong>de</strong>ren omdat<br />
ze buiten <strong>de</strong> directe belevingswereld van <strong>de</strong> burger vallen.<br />
Er is echter wel behoefte aan het ontwikkelen van een MKBA op zee. De<br />
laatste jaren is er bij<strong>voor</strong>beeld een aanzienlijke toename te zien in activiteiten<br />
op <strong>de</strong> Noordzee (windmolenparken, scheepvaartroutes, kabels en leidingen,<br />
natuurontwikkeling, aquacultuur enzo<strong>voor</strong>t) en dit zal in <strong>de</strong> toekomst vermoe<strong>de</strong>lijk<br />
nog ver<strong>de</strong>r toenemen. Deze activiteiten hebben invloed op elkaar, maar<br />
ook op <strong>de</strong> maatschappij en op <strong>de</strong> natuur en vice versa. Er is hierdoor behoefte<br />
aan een ver<strong>de</strong>re verdieping en het daadwerkelijk ontwikkelen van een MKBA<br />
die gebruikt kan wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> projecten op zee.<br />
Een MKBA ontwikkelen <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Noordzee is echter heel algemeen. Bij uitvoering<br />
van een MKBA wor<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong> scenario's met elkaar vergeleken.<br />
Eén van <strong>de</strong> activiteiten op <strong>de</strong> Noordzee is <strong>de</strong> visserij. Bij het LEI is<br />
jarenlang kennis opgebouwd over (met name <strong>de</strong> economische aspecten van)<br />
<strong>de</strong> visserij. In dit rapport is daarom gekozen <strong>voor</strong> een afbakening waarbij<br />
waar<strong>de</strong>ring van effecten van en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij centraal staat. De beschreven<br />
metho<strong>de</strong>s en <strong>de</strong> bevindingen zijn echter wel te generaliseren waardoor ze gebruikt<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> an<strong>de</strong>re MKBA's op zee.<br />
Visserij heeft naast bedrijfseconomische <strong>kosten</strong> en baten, in <strong>de</strong> vorm van<br />
opbrengst of toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>, ook an<strong>de</strong>re effecten die buiten <strong>de</strong> markt<br />
7
8<br />
om <strong>de</strong> welvaart beïnvloe<strong>de</strong>n. Het gaat hierbij om externe effecten op <strong>de</strong> natuur<br />
en op an<strong>de</strong>re sectoren (recreatie, scheepvaart, zandwinning, olie- en<br />
gaswinning). In een MKBA wordt getracht <strong>de</strong> markteffecten en <strong>de</strong> externe effecten<br />
on<strong>de</strong>r een noemer te plaatsen zodat een integrale afweging van maatschappelijke<br />
<strong>kosten</strong> en baten kan wor<strong>de</strong>n gemaakt. Daartoe zullen zoveel<br />
mogelijk effecten gemonetariseerd moeten wor<strong>de</strong>n.<br />
In dit rapport wordt een on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen <strong>de</strong> ecologische,<br />
economische en sociaal-culturele effecten van <strong>de</strong> functie visserij. Ecologische<br />
effecten zijn bij<strong>voor</strong>beeld <strong>de</strong> effecten die een vistuig (met name boomkor)<br />
heeft op het bo<strong>de</strong>mleven. An<strong>de</strong>re ecologische effecten zijn discards, vissterfte<br />
en CO 2-uitstoot. De visserijeffecten zijn met name belangrijk in gebie<strong>de</strong>n<br />
met bijzon<strong>de</strong>re ecologische waar<strong>de</strong>n. Om <strong>de</strong> impact op <strong>de</strong> natuur te vermin<strong>de</strong>ren<br />
wordt on<strong>de</strong>rzoek gedaan naar aanpassingen aan bestaan<strong>de</strong> vistuigen<br />
en ontwikkeling van nieuwe vistuigen. Introductie van een nieuw vistuig zou<br />
bij<strong>voor</strong>beeld on<strong>de</strong>rwerp kunnen zijn <strong>voor</strong> eeen MKBA.<br />
Wat betreft <strong>de</strong> economische effecten is een belangrijk aspect van visserij<br />
natuurlijk dat het een bijdrage levert aan <strong>de</strong> markteconomie. Deze waar<strong>de</strong> kan<br />
in principe wor<strong>de</strong>n gemeten aan <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> marktprijzen. Echter, als <strong>de</strong><br />
markt niet goed werkt, zal <strong>de</strong> prijs niet <strong>de</strong> werkelijke waar<strong>de</strong> van een goed reflecteren.<br />
In dat geval tre<strong>de</strong>n externe effecten op die <strong>de</strong> vorm kunnen aannemen<br />
van effecten op <strong>de</strong> natuur of op an<strong>de</strong>re stakehol<strong>de</strong>rs buiten <strong>de</strong> markt<br />
om. Naast directe markteffecten en externe effecten kan productie ook indirecte<br />
economische effecten hebben. Indirecte economische effecten kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>finieerd als <strong>de</strong> doorwerking van <strong>de</strong> markttransacties op <strong>de</strong> beschouw<strong>de</strong><br />
markt naar an<strong>de</strong>re markten. 1 Bij een daling van <strong>de</strong> visproductie zal<br />
bij<strong>voor</strong>beeld <strong>de</strong> prijs van vis toenemen en kan een substitutie-effect optre<strong>de</strong>n<br />
waardoor <strong>de</strong> vraag naar gerelateer<strong>de</strong> producten, zoals vlees of geïmporteer<strong>de</strong><br />
vis, toeneemt. Ook dit soort indirecte economische effecten kan bij een<br />
MKBA wor<strong>de</strong>n meegenomen.<br />
Naast <strong>de</strong> ecologische en economische effecten van <strong>de</strong> visserij, bestaan er<br />
ook sociaal-culturele effecten. Deze ontbreken vaak in MKBA's, maar kunnen<br />
zeer belangrijk zijn. In traditionele economische analyses wordt on<strong>de</strong>rscheid<br />
gemaakt tussen 3 dimensies van kapitaal: menselijk kapitaal, fysiek kapitaal<br />
en natuurlijk kapitaal. Hier wordt daar een vier<strong>de</strong> dimensie aan toegevoegd:<br />
cultureel kapitaal. Cultureel kapitaal kunnen we on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n in 2 componen-<br />
1 Elhorst, J. Paul, Arjan Heyma, Carl C. Koopmans en Jan Oosterhaven (2004).
ten. Ten eerste het tastbare cultureel erfgoed (stock) in <strong>de</strong> vorm van gebouwen,<br />
locaties, gebruiks<strong>voor</strong>werpen, schil<strong>de</strong>rijen enzo<strong>voor</strong>t. Ten twee<strong>de</strong> het<br />
niet-tastbare cultureel kapitaal (flow) in <strong>de</strong> vorm van i<strong>de</strong>eën, praktijken, geloof,<br />
groepsi<strong>de</strong>ntiteit enzo<strong>voor</strong>t). De stockcomponent is in het algemeen gemakkelijker<br />
te waar<strong>de</strong>ren dan <strong>de</strong> flowcomponent. Bij cultureel kapitaal in <strong>de</strong> visserij<br />
kan gedacht wor<strong>de</strong>n aan het volgen<strong>de</strong>. Een visserijgemeenschap ontleent<br />
<strong>voor</strong> een groot ge<strong>de</strong>elte haar i<strong>de</strong>ntiteit aan <strong>de</strong> visserij. Een <strong>voor</strong>beeld van zo'n<br />
gemeenschap is Urk. Het tastbare culturele kapitaal bestaat in dit geval uit:<br />
afslag, haven, schepen, visserijmuseum, visserijfeesten enzo<strong>voor</strong>t. Het niettastbare<br />
culturele kapitaal wordt on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re gevormd door: <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van<br />
<strong>de</strong> Urker gemeenschap die gevormd wordt door een samenspel tussen visserij,<br />
geloof en praktijken (het uitvaren zondag om 24:00 en terugkomen vrijdagmorgen,<br />
<strong>de</strong> verkoop van vis op <strong>de</strong> afslag enzo<strong>voor</strong>t).<br />
Om <strong>de</strong>ze ecologische, economische en sociaal-culturele effecten te kunnen<br />
waar<strong>de</strong>ren, zoals dit normaliter in een MKBA gebeurt, bestaan een aantal<br />
waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n. In dit rapport wor<strong>de</strong>n 6 waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n beschreven,<br />
evenals <strong>de</strong> geschiktheid <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij. De belangrijkste waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
zijn <strong>de</strong> Reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong>, <strong>de</strong> hedonische prijzenmetho<strong>de</strong>n,<br />
<strong>de</strong> vermijdings<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong>, <strong>de</strong> vervangings<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong>, <strong>de</strong> contingente<br />
waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong> en <strong>de</strong> conjoint analysis. Aan <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
wor<strong>de</strong>n in het rapport 2 <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n uitgewerkt, namelijk <strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong>ring van discards en <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van bo<strong>de</strong>mberoering en aantasting<br />
van <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mfauna door <strong>de</strong> boomkor. Tot slot wordt er een stappenplan beschreven<br />
<strong>voor</strong> <strong>de</strong> daadwerkelijke uitvoering van <strong>de</strong> MKBA <strong>voor</strong> <strong>de</strong> functie visserij.<br />
9
10<br />
Summary<br />
Social Cost-Benefit Analysis for the fisheries<br />
A study into an SCBA in a marine environment<br />
This report explores the possibilities for performing a Social Cost-Benefit<br />
Analysis (hereinafter SCBA) for fishing operations carried out in the North Sea.<br />
In discussions concerning the use of valuation instruments to support political<br />
<strong>de</strong>cision-making concerning major investment projects, the SCBA is assuming<br />
an increasingly central position (Bos, 2004).<br />
However, most of the investment projects for which an SCBA is performed<br />
take place on land (for example: “Rondje Randstad”, the Betuwe line, and the<br />
Horstermeerpol<strong>de</strong>r). Little is known as yet about performing an SCBA for projects<br />
in a marine environment, although some initiatives have been taken in<br />
this regard (see: Forkink et al., 2004; Van Oostenbrugge et al., 2006; De Vos<br />
et al., 2006). Valuation issues at sea differ from valuations on land, particularly<br />
with regard to the valuation of external effects. The effects at sea are<br />
usually more difficult to evaluate because they are beyond the immediate perception<br />
of the citizen.<br />
However, there is a need for the <strong>de</strong>velopment of an SCBA at sea. In recent<br />
years, for example, there has been a substantial increase in activities on the<br />
North Sea (wind farms, shipping routes, cables and pipelines, nature <strong>de</strong>velopment,<br />
aquaculture etc.) and this will probably continue in the future. These<br />
activities all affect each other, but they also affect society and nature, and<br />
vice versa. This creates a need for further in-<strong>de</strong>pth studies and the actual <strong>de</strong>velopment<br />
of an SCBA which can be used for projects at sea.<br />
However, <strong>de</strong>veloping an SCBA for the North Sea is very general. When<br />
performing an SCBA, different scenarios are compared. Fishing is one of the<br />
activities on the North Sea. Over the years, LEI has acquired knowledge about<br />
fishing, and particularly the economic aspects. This report has therefore chosen<br />
a <strong>de</strong>lineation whereby valuation of effects of and for fishing is central.<br />
However, the methods and findings <strong>de</strong>scribed can be generalised, making<br />
them suitable for use for other SCBAs at sea.<br />
Besi<strong>de</strong>s business costs and benefits in the form of yields or ad<strong>de</strong>d value,<br />
fishing also has other effects which affect welfare outsi<strong>de</strong> the market. These<br />
are external effects on nature and on other sectors (recreation, shipping,
sand extraction, oil and gas extraction). In an SCBA, an attempt is ma<strong>de</strong> to<br />
place the market effects and the external effects un<strong>de</strong>r one title, to enable an<br />
integral consi<strong>de</strong>ration of social costs and benefits to be ma<strong>de</strong>. For this purpose,<br />
as many effects as possible will have to be monetarised.<br />
In this report, a distinction is ma<strong>de</strong> between the ecological, economic and<br />
social-cultural effects of the fishing operations. Ecological effects can inclu<strong>de</strong><br />
the effects of a fishing vessel (particularly a beam trawler) on the seabed<br />
fauna. Other ecological effects are discards, fish mortality and CO 2 emissions.<br />
The fishing effects are particularly important in areas with special ecological<br />
values. In or<strong>de</strong>r to reduce the impact on nature, research is being conducted<br />
into modifications on existing fishing vessels and the <strong>de</strong>velopment of new fishing<br />
vessels. Introduction of a new fishing vessel could be the subject of an<br />
SCBA.<br />
With respect to the economic effects, an important aspect of fishing is<br />
naturally that it contributes to the market economy. In principle, this value can<br />
be measured on the basis of the market prices. However, if the market is not<br />
working well, the price will not reflect the actual value of an article. In that<br />
case, external effects will occur which could take the form of effects on nature<br />
or on other stakehol<strong>de</strong>rs outsi<strong>de</strong> the market. Besi<strong>de</strong>s direct market effects<br />
and external effects which occur outsi<strong>de</strong> the market, production can<br />
also have indirect economic effects. Indirect economic effects can be <strong>de</strong>fined<br />
as the continued effect of market transactions on the market un<strong>de</strong>r review to<br />
other markets. 1 In the case of a reduction of fish production, the price of fish<br />
will increase, for example, and a substitution effect will occur whereby the<br />
<strong>de</strong>mand for related products, such as meat or imported fish will increase.<br />
These kinds of indirect economic effects can also be inclu<strong>de</strong>d in an SCBA.<br />
Besi<strong>de</strong>s the ecological and economic effects of fishing, there are also social-cultural<br />
effects. These are not always inclu<strong>de</strong>d in SCBAs, but can be very<br />
important. In traditional economic analyses, a distinction is ma<strong>de</strong> between<br />
three dimensions of capital: human capital, physical capital and natural capital.<br />
A fourth dimension could be ad<strong>de</strong>d here: cultural capital. Cultural capital<br />
can be divi<strong>de</strong>d into two components. Firstly, the tangible cultural heritage<br />
(stock) in the form of buildings, locations, tools and utensils, paintings, etc.<br />
Secondly, the non-tangible cultural capital (flow) in the form of i<strong>de</strong>as, practices,<br />
faith, group i<strong>de</strong>ntity, etc.). The stock component is generally easier to<br />
1 Elhorst, J. Paul, Arjan Heyma, Carl C. Koopmans and Jan Oosterhaven (2004).<br />
11
12<br />
value than the flow component. The following is an example of cultural capital<br />
in fishing. A fishing community <strong>de</strong>rives much of its i<strong>de</strong>ntity from fishing. One<br />
such community is Urk. In this case, the tangible cultural capital consists of:<br />
auction, harbour, ships, fishing museum, fishing festivals, etc. The nontangible<br />
cultural capital is formed by: the i<strong>de</strong>ntity of the Urk community, which<br />
is created by the interaction between fisheries, faith and practices (the sail<br />
away at midnight on Sunday and the return on Friday morning, the sale of fish<br />
at the auction, etc.).<br />
In or<strong>de</strong>r to be able to evaluate these ecological, economic and socialcultural<br />
effects, as normally occurs in an SCBA, a number of valuation methods<br />
emerge. In this report, six valuation methods are <strong>de</strong>scribed, as is the<br />
suitability for fishing. The main valuation methods are the travel expenses<br />
methods, the hedonist price methods, the avoidance cost method, the replacement<br />
cost method, the contingent valuation method and the conjoint<br />
analysis. Based on these valuation methods, two examples are <strong>de</strong>veloped in<br />
the report, i.e. the valuation of discards and the valuation of soil agitation and<br />
harmful affect on the fauna by the beam trawler. Finally, a step by step plan is<br />
<strong>de</strong>scribed for the actual performance of the SCBA for the fisheries.
1 Inleiding<br />
1.1 Aanleiding<br />
In dit rapport wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n verkend <strong>voor</strong> <strong>de</strong> uitvoering van een<br />
maatschappelijke <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong> (hierna MKBA) <strong>voor</strong> <strong>de</strong> functie visserij<br />
uitgeoefend op <strong>de</strong> Noordzee. MKBA is een beken<strong>de</strong> methodologie waar het<br />
LEI al ervaring mee heeft, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re bij het visserijon<strong>de</strong>rzoek (bij<strong>voor</strong>beeld<br />
effecten van <strong>de</strong> instelling van bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n (en meer specifiek het<br />
Friese Front) op <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> activiteiten/stakehol<strong>de</strong>rs). Met <strong>de</strong> vorming<br />
van Wageningen Marien is er behoefte dit instrument aan te scherpen, in het<br />
bijzon<strong>de</strong>r <strong>voor</strong> <strong>de</strong> activiteiten die relatie hebben met <strong>de</strong> Noordzee, die steeds<br />
meer het multi-user/multi-stakehol<strong>de</strong>r karakter van <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>nzee krijgt.<br />
In discussies over het gebruik van evaluatie-instrumenten bij het on<strong>de</strong>rsteunen<br />
van <strong>de</strong> politieke besluitvorming over grote investeringsprojecten<br />
neemt <strong>de</strong> MKBA steeds meer een centrale positie in (Bos, 2004). Een MKBA<br />
is een evaluatie-instrument, waarin alle maatschappelijke <strong>kosten</strong> en baten in<br />
<strong>de</strong> beschouwing betrokken wor<strong>de</strong>n. De integrale afweging is gebaseerd op<br />
het <strong>voor</strong>zover mogelijk on<strong>de</strong>r een noemer (namelijk geld) brengen van alle<br />
<strong>kosten</strong> en baten. Een MKBA biedt daarmee houvast <strong>voor</strong> het bepalen van veran<strong>de</strong>ringen<br />
in <strong>de</strong> regionale of nationale welvaart (Van <strong>de</strong>r Hei<strong>de</strong> et al., 2006).<br />
De meeste van <strong>de</strong> investeringsprojecten waar<strong>voor</strong> een MKBA wordt uitgevoerd,<br />
vin<strong>de</strong>n echter op het land plaats (bij<strong>voor</strong>beeld: Rondje Randstad, Betuwelijn,<br />
Horstermeerpol<strong>de</strong>r). Er is nog weinig bekendheid met het uitvoeren van<br />
een MKBA op zee, al zijn hier wel enkele aanzetten toe gedaan (zie: Forkink et<br />
al., 2004; Van Oostenbrugge et al., 2006; De Vos et al., 2006). Waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken<br />
op zee verschillen van waar<strong>de</strong>ringen op land, met name wanneer<br />
het gaat om <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van externe effecten. De effecten op zee zijn<br />
moeilijker te waar<strong>de</strong>ren omdat ze buiten <strong>de</strong> directe belevingswereld van <strong>de</strong><br />
burger vallen.<br />
Er is echter wel behoefte aan het ontwikkelen van een MKBA op zee. De<br />
laatste jaren is er bij<strong>voor</strong>beeld een behoorlijke toename te zien in activiteiten<br />
op <strong>de</strong> Noordzee (windmolenparken, scheepvaartroutes, kabels en leidingen,<br />
natuurontwikkeling, aquacultuur enzo<strong>voor</strong>t) en dit zal alleen maar ver<strong>de</strong>r toenemen.<br />
Deze activiteiten hebben invloed op elkaar, maar ook op <strong>de</strong> maat-<br />
13
14<br />
schappij en op <strong>de</strong> natuur en vice versa. Er is hierdoor behoefte aan een ver<strong>de</strong>re<br />
verdieping en het daadwerkelijk ontwikkelen van een MKBA die gebruikt<br />
kan wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> projecten op zee.<br />
Een MKBA ontwikkelen <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Noordzee is echter heel algemeen. Om<br />
een MKBA uit te voeren wor<strong>de</strong>n altijd verschillen<strong>de</strong> scenario's met elkaar vergeleken.<br />
Eén van <strong>de</strong> activiteiten op <strong>de</strong> Noordzee is <strong>de</strong> visserij. Bij het LEI is jarenlang<br />
kennis opgebouwd over (met name <strong>de</strong> economische aspecten van) <strong>de</strong><br />
visserij. In dit rapport is daarom gekozen <strong>voor</strong> een afbakening waarbij effecten<br />
van en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij wor<strong>de</strong>n gewaar<strong>de</strong>erd. De beschreven metho<strong>de</strong>s en<br />
<strong>de</strong> bevindingen zijn echter wel te generaliseren waardoor ze gebruikt kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> an<strong>de</strong>re MKBA's op zee.<br />
Visserij heeft naast bedrijfseconomische <strong>kosten</strong> en baten, in <strong>de</strong> vorm van<br />
opbrengst of toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>, ook an<strong>de</strong>re effecten die buiten <strong>de</strong> markt<br />
om <strong>de</strong> welvaart beïnvloe<strong>de</strong>n. Het gaat hierbij om externe effecten op <strong>de</strong> natuur<br />
en op an<strong>de</strong>re sectoren (recreatie, scheepvaart, zandwinning, olie- en<br />
gaswinning). In een MKBA wordt getracht <strong>de</strong> markteffecten en <strong>de</strong> externe effecten<br />
on<strong>de</strong>r een noemer te plaatsen zodat een integrale afweging van maatschappelijke<br />
<strong>kosten</strong> en baten kan wor<strong>de</strong>n gemaakt. Daartoe zullen zoveel<br />
mogelijk effecten gemonetariseerd moeten wor<strong>de</strong>n. Waar<strong>de</strong>ring van discards<br />
(overboord gezette bijvangst), mariene leven op <strong>de</strong> zeebo<strong>de</strong>m, het openhou<strong>de</strong>n<br />
van opties <strong>voor</strong> vaarwegen en kabels, het waar<strong>de</strong>ren van 'landschap' bij<br />
het bouwen van windmolenparken in zee, en <strong>de</strong> relatie met visserijgemeenschappen<br />
met een uniek karakter zijn enkele van <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>ringsvraagstukken.<br />
Overigens moet hier wor<strong>de</strong>n opgemerkt dat in die gevallen waar <strong>de</strong><br />
externe effecten relatief groot zijn ten opzichte van <strong>de</strong> directe markteffecten,<br />
een multicriteria-analyse (MCA) veelal <strong>de</strong> <strong>voor</strong>keur zal verdienen boven een<br />
MKBA. In dit rapport zal echter niet na<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n ingegaan op MCA.<br />
In het ka<strong>de</strong>r van Overzicht Effecten Infrastructuur (OEI) hebben het Centraal<br />
Planbureau en NEI-Ecorys richtlijnen opgesteld <strong>voor</strong> het uitvoeren van<br />
MKBA bij het evalueren van infrastructurele projecten. De laatste versie van<br />
OEI, On<strong>de</strong>rzoeksprogramma Economische Effecten Infrastructuur (OEEI,<br />
2000) bevat echter geen richtlijnen op basis waarvan effecten op natuur economisch<br />
kunnen wor<strong>de</strong>n gewaar<strong>de</strong>erd. In dit project wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n<br />
verkend tot waar<strong>de</strong>ring van externe effecten in een mariene omgeving.
1.2 Doelstelling<br />
Het doel van dit on<strong>de</strong>rzoek is het ontwikkelen van een methodiek om een<br />
MKBA uit te kunnen voeren <strong>voor</strong> zeegerelateer<strong>de</strong> vraagstukken. Dit zal uitgevoerd<br />
wor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> hand van een specifieke case, namelijk <strong>de</strong> visserij.<br />
1.3 Vraagstelling<br />
Dit rapport wordt uitgewerkt aan <strong>de</strong> hand van een aantal vragen:<br />
- Welke economische, maatschappelijke en ecologische effecten kunnen we<br />
beschrijven als het gaat om <strong>de</strong> visserij?<br />
- Hoe zijn <strong>de</strong>ze effecten te waar<strong>de</strong>ren en hoe kunnen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
gebruikt wor<strong>de</strong>n in een MKBA <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij?<br />
- Hoe kunnen stakehol<strong>de</strong>rs een rol spelen bij het bepalen van een economische<br />
waar<strong>de</strong>ring van externe effecten van <strong>de</strong> visserij?<br />
- Welk stappenplan kan gevolgd wor<strong>de</strong>n om een MKBA <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij uit te<br />
voeren?<br />
1.4 Leeswijzer<br />
In hoofdstuk 2 van dit rapport geven we een beschrijving van <strong>de</strong> ecologische<br />
functies en gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re waar<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> Noordzee en van <strong>de</strong> effecten<br />
die <strong>de</strong> uitoefening van visserij heeft op <strong>de</strong>ze ecologische functies. In<br />
hoofdstuk 3 gaan we in op <strong>de</strong> bijdrage die <strong>de</strong> visserij levert aan <strong>de</strong> markteconomie.<br />
Hoofdstuk 4 gaat in op <strong>de</strong> sociaal-culturele effecten van <strong>de</strong> visserij en<br />
manieren om <strong>de</strong>ze effecten te waar<strong>de</strong>ren. In hoofdstuk 5 geven we een beschrijving<br />
van <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n binnen een MKBA en <strong>de</strong> geschiktheid<br />
hiervan <strong>voor</strong> visserijspecifieke vraagstukken. Tot slot geeft hoofdstuk 6 een<br />
overzicht van <strong>de</strong> stappen die kunnen wor<strong>de</strong>n gevolgd wanneer men <strong>de</strong> maatschappelijke<br />
<strong>kosten</strong> en baten (MKBA) <strong>voor</strong> <strong>de</strong> functie visserij wil uitvoeren.<br />
15
2 Effecten van verschillen<strong>de</strong><br />
visserij-metho<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> ecologische<br />
functies van <strong>de</strong> Noordzee<br />
16<br />
2.1 Inleiding<br />
Zoals in het vorige hoofdstuk werd gesteld, heeft <strong>de</strong> visserij naast bedrijfseconomische<br />
<strong>kosten</strong> en baten, in <strong>de</strong> vorm van opbrengst of toegevoeg<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong>, ook an<strong>de</strong>re effecten die buiten <strong>de</strong> markt om <strong>de</strong> welvaart beïnvloe<strong>de</strong>n.<br />
Het gaat hierbij om externe effecten op <strong>de</strong> natuur en op an<strong>de</strong>re sectoren (recreatie,<br />
scheepvaart, zandwinning, olie- en gaswinning). In dit hoofdstuk gaan<br />
we specifiek in op <strong>de</strong> effecten die <strong>de</strong> visserij heeft op <strong>de</strong> natuur. Hierbij maken<br />
we een on<strong>de</strong>rscheid tussen 2 vistechnieken: <strong>de</strong> traditionele boomkor en het<br />
elektrische pulsvistuig. De beschrijving van <strong>de</strong> effecten in dit hoofdstuk zijn <strong>de</strong><br />
effecten zoals die tot nu toe bekend zijn in <strong>de</strong> (ecologische) literatuur. Alvorens<br />
in te gaan op <strong>de</strong> effecten van <strong>de</strong> visserij, geven we een beschrijving van<br />
<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re ecologische waar<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> Noordzee. In het<br />
ruimtelijk beleid op zee wor<strong>de</strong>n 4 gebie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> Noordzee genoemd met belangrijke<br />
ecologische kenmerken. De impact van <strong>de</strong> visserij is met name van<br />
belang in <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n.<br />
2.2 Impact van <strong>de</strong> boomkorvisserij op het ecosysteem<br />
2.2.1 Inleiding<br />
Op grond van internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen, zoals die<br />
<strong>voor</strong>tvloeien uit het OSPAR-verdrag en <strong>de</strong> Vogel- en <strong>de</strong> Habitatrichtlijn (VHR), is<br />
Ne<strong>de</strong>rland gehou<strong>de</strong>n mariene gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re natuurwaar<strong>de</strong>n te beschermen.<br />
Een belangrijk doel is om zo ook <strong>voor</strong> <strong>de</strong> zee te komen tot een<br />
samenhangend Europees netwerk van bescherm<strong>de</strong> natuurgebie<strong>de</strong>n, het zogenoem<strong>de</strong><br />
Natura 2000-netwerk. Genoem<strong>de</strong> verplichtingen strekken zich ook<br />
uit tot <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse Exclusieve Economische Zone (ver<strong>de</strong>r EEZ), die bestaat<br />
uit het ge<strong>de</strong>elte van <strong>de</strong> Noordzee dat overeenkomt met het Ne<strong>de</strong>rlands
continentaal plat. Voornoem<strong>de</strong> internationale verplichtingen zijn on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van<br />
het kabinetsbeleid en zijn beleidsmatig uitgewerkt en vastgelegd in <strong>de</strong> Nota<br />
Ruimte en het Integraal Beheerplan Noordzee 2015. 1 Uitgangspunt van het<br />
kabinet is om, conform Europese verplichtingen, gebie<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> Noordzee<br />
aan te wijzen.<br />
In het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 (IBN 2015) zijn een viertal gebie<strong>de</strong>n<br />
aangewezen als gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re ecologische waar<strong>de</strong>n. Het<br />
betreft het Friese Front, <strong>de</strong> Klaverbank, <strong>de</strong> Doggersbank en ge<strong>de</strong>elten van <strong>de</strong><br />
Kustzee. Bij <strong>de</strong> Kustzee gaat het dan om <strong>de</strong> ge<strong>de</strong>elten ten noor<strong>de</strong>n van Bergen<br />
en in het Deltagebied om <strong>de</strong> Westerschel<strong>de</strong>monding. In <strong>de</strong> 4 gebie<strong>de</strong>n op<br />
<strong>de</strong> Noordzee zal geen enkele activiteit op <strong>voor</strong>hand wor<strong>de</strong>n beperkt of verbo<strong>de</strong>n.<br />
Door het van kracht wor<strong>de</strong>n van het beschermingsregime van <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet<br />
1998 moet in <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> bestaan<strong>de</strong> en<br />
<strong>voor</strong>genomen han<strong>de</strong>lingen steeds bekeken wor<strong>de</strong>n of <strong>de</strong>ze han<strong>de</strong>ling een<br />
verslechtering van <strong>de</strong> kwaliteit van habitats of een significante verstoring van<br />
soorten kan veroorzaken. Deze afweging zal gemaakt wor<strong>de</strong>n in het ka<strong>de</strong>r<br />
van het opstellen van <strong>de</strong> beheerplannen of het vergunningverleningtraject in<br />
het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet 1998 (brief van Minister Veerman<br />
aan <strong>de</strong> <strong>voor</strong>zitter van <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> kamer <strong>de</strong>r Staten Generaal, 22 januari<br />
2007).<br />
Het rapport van Lin<strong>de</strong>boom et al. (2004) vormt <strong>de</strong> (ecologische) basis<br />
waarop <strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re ecologische waar<strong>de</strong>n in het IBN 2015<br />
na<strong>de</strong>r zijn begrensd. Dit rapport geeft <strong>voor</strong>stellen die gebaseerd zijn op <strong>de</strong><br />
criteria van <strong>de</strong> VHR en <strong>de</strong> Habitatrichtlijn (EU) en van <strong>de</strong> OSPAR-regelgeving.<br />
Naast <strong>voor</strong>stellen <strong>voor</strong> begrenzing geeft dit rapport een beschrijving van <strong>de</strong><br />
gebruiksfuncties op het ne<strong>de</strong>rlands continentaal plat (NCP) en een indicatie<br />
van <strong>de</strong> invloed die <strong>de</strong>ze functies hebben op <strong>de</strong> te beschermen natuurwaar<strong>de</strong>n<br />
van <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gestel<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n. Hierna volgt een samenvatting van dit rapport<br />
waarbij we ons specifiek richten op <strong>de</strong> invloed van <strong>de</strong> (boomkor)visserij op <strong>de</strong><br />
ecologische functies van <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n.<br />
1 Het IBN 2015 is een uitwerking van <strong>de</strong> Noordzee-paragraaf in <strong>de</strong> Nota Ruimte en vormt tevens<br />
een na<strong>de</strong>re uitwerking <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Noordzee van het Beheerplan <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Rijkswateren. Het plan is opgesteld<br />
in nauwe samenwerking tussen <strong>de</strong> ministeries van V&W, VROM, LNV en EZ. Het IBN 2015<br />
vervangt <strong>de</strong> Beheersvisie Noordzee 2010 (www.noordzeeloket.nl).<br />
17
18<br />
Visserij<br />
Het NCP wordt bevist door met name boomkorkotters (<strong>voor</strong>namelijk gericht<br />
op platvissoorten als tong en schol) en vriestrawlers (<strong>voor</strong>namelijk gericht op<br />
pelagische vissoorten als haring en makreel). Binnen <strong>de</strong> 12-mijlszone en binnen<br />
<strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> Scholbox (ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>neilan<strong>de</strong>n en in <strong>de</strong><br />
Duitse Bocht) mogen uitsluitend vissersschepen met een motorvermogen<br />
kleiner dan 300 pk vissen. Deze schepen (zogenaam<strong>de</strong> Eurokotters) vissen in<br />
<strong>de</strong> kustzone <strong>voor</strong>namelijk op tong, schol en garnalen. Daarnaast wordt er,<br />
met name in <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong>lta, door schelpdiervissers gevist op schelpdieren als<br />
<strong>de</strong> halfgeknotte strandschelp (spisula subtruncata) en <strong>de</strong> Amerikaanse<br />
zwaardsche<strong>de</strong> (ensis directus). De grootste visserij-inspanning door <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
vloot vindt plaats in het zui<strong>de</strong>lijke <strong>de</strong>el van het NCP, waartoe <strong>de</strong> Kustzee,<br />
het Friese Front en <strong>de</strong> Klaverbank behoren. Op <strong>de</strong> Doggersbank is <strong>de</strong><br />
visserij-inspanning relatief laag.<br />
Toekomstige ontwikkelingen<br />
De zeevisserij wordt in hoofdzaak geregeld vanuit <strong>de</strong> EU, door mid<strong>de</strong>l van het<br />
Gemeenschappelijk Visserij Beleid. De EU streeft naar een duurzame visserij.<br />
De toekomstige ontwikkelingen wor<strong>de</strong>n in principe afgestemd op <strong>de</strong> afnemen<strong>de</strong><br />
commerciële visbestan<strong>de</strong>n. De doelstelling is on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re om dit te<br />
bereiken door quoteringsregelingen en door <strong>de</strong> vlootcapaciteit in overeenstemming<br />
te brengen met een duurzaam gebruik van <strong>de</strong> visbestan<strong>de</strong>n. De EU<br />
stimuleert ook innoverend on<strong>de</strong>rzoek op het gebied van selectief en milieuvrien<strong>de</strong>lijk<br />
vistuig en van duurzame aquacultuur.<br />
Effecten van het gebruik<br />
De belangrijkste effecten van <strong>de</strong> visserij zijn het wegvangen van vis en (met<br />
name bij <strong>de</strong> boomkorvisserij) het beroeren van <strong>de</strong> zeebo<strong>de</strong>m, waardoor bo<strong>de</strong>mdieren<br />
sterven. De visserij heeft na<strong>de</strong>lige effecten op <strong>de</strong> populatieopbouw<br />
van <strong>de</strong> totale visgemeenschap in <strong>de</strong> Noordzee. Visserij is gericht op <strong>de</strong> grotere<br />
en commercieel interessante vissoorten, maar <strong>de</strong> hoeveelheid zogenaam<strong>de</strong><br />
discards (on<strong>de</strong>rmaatse en niet-marktbare vis, die weer terug in zee wordt<br />
geworpen) is aanzienlijk. Het paaibestand en <strong>de</strong> aanwas van jonge dieren<br />
neemt hierdoor sterk af. De veran<strong>de</strong>ringen in <strong>de</strong> vispopulatie in <strong>de</strong> Noordzee<br />
hebben mogelijk effecten op <strong>de</strong> gehele voedselketen van het Noordzeeecosysteem,<br />
maar <strong>de</strong> kennis hierover is onvoldoen<strong>de</strong> om concrete uitspraken<br />
te doen.
Door <strong>de</strong> boomkorvisserij wordt ook een aanzienlijk <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> gemeenschap<br />
van bo<strong>de</strong>mdieren weggevangen of beschadigd. Zo bedraagt <strong>de</strong> directe<br />
sterfte van schelpdieren in het tracé van een boomkor tussen <strong>de</strong> 12 en 84%.<br />
De sterfte van wormen is aanzienlijk lager (1 tot 14%). Regelmatige bevissing<br />
van een gebied leidt tot een veran<strong>de</strong>ring in <strong>de</strong> soortensamenstelling van <strong>de</strong><br />
bo<strong>de</strong>mdieren. Ruim <strong>de</strong> helft (55%) van het NCP wordt meer dan eenmaal per<br />
jaar bevist en slechts 14% min<strong>de</strong>r dan 1 keer in <strong>de</strong> 4 jaar. Een an<strong>de</strong>r effect<br />
van (met name <strong>de</strong> trawl- en kieuwnet)visserij is <strong>de</strong> bijvangst van zeezoogdieren.<br />
Daarnaast zijn er effecten op het ecosysteem als gevolg van het overboord<br />
gooien van discards (wat veel vogels aantrekt) en <strong>de</strong> effecten op<br />
sedimenthuishouding (vertroebeling en sedimentatie).<br />
2.2.2 Vier gebie<strong>de</strong>n met bijzon<strong>de</strong>re ecologische waar<strong>de</strong>n<br />
Friese front<br />
Door <strong>de</strong> unieke eigenschappen van dit front wor<strong>de</strong>n slib en voedingsstoffen<br />
vanuit <strong>de</strong> Engelse kust en het Engelse <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> Noordzee aangevoerd,<br />
waardoor er een verhoog<strong>de</strong> primaire productie mogelijk is. Daarnaast komt<br />
<strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse kustrivier hier in dieper, en dus langzamer stromend water,<br />
waardoor slib en voedsel<strong>de</strong>eltjes uitzakken. Dit alles leidt ertoe dat hier een<br />
strook ligt met een hoge benthosbiomassa en -diversiteit. 1 Ook <strong>de</strong> Noordkromp<br />
komt in hogere aantallen in het gehele gebied <strong>voor</strong>. Ook wor<strong>de</strong>n hier<br />
hogere concentraties vissen en vogels waargenomen. Met name zeekoeten<br />
trekken in grote aantallen in <strong>de</strong> late zomer en het najaar met hun jongen naar<br />
dit gebied om te foerageren. Het Friese Front heeft ook een hoge benthosdiversiteit;<br />
dit is één van <strong>de</strong> OSPAR-criteria.<br />
Het gebied wordt intensief bevist door <strong>de</strong> boomkorvisserij. De intensieve<br />
boomkorvisserij vormt volgens Lin<strong>de</strong>boom et al. (2004) een bedreiging <strong>voor</strong><br />
<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>volle bo<strong>de</strong>mfauna en <strong>de</strong> <strong>de</strong>mersale vispopulaties in het gebied.<br />
Omdat <strong>de</strong> meeste vissoorten zeer mobiel zijn, is het onzeker of dit tot lokale<br />
effecten zal lei<strong>de</strong>n. Bovendien zullen <strong>de</strong> effecten per soort verschillen.<br />
Te beschermen waar<strong>de</strong>n: <strong>de</strong> benthosbiomassa en biodiversiteit en <strong>de</strong> grote<br />
aantallen zeekoeten. In het gebied bevindt zich een belangrijke concentratie<br />
van <strong>de</strong> op <strong>de</strong> OSPAR-lijst genoem<strong>de</strong> Noordkromp.<br />
1 Benthische organismen zijn op of in <strong>de</strong> zeebo<strong>de</strong>m leven<strong>de</strong> organismen.<br />
19
20<br />
Klaverbank<br />
De Klaverbank is het enige gebied op het NCP waar significante hoeveelhe<strong>de</strong>n<br />
grind aan het oppervlak liggen en waar ook grotere stenen met een specifieke<br />
begroeiing van on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re kalkroodwieren <strong>voor</strong>komen. Het is het gebied<br />
met <strong>de</strong> hoogste bo<strong>de</strong>mfaunadiversiteit van het NCP. Potentieel is het gebied<br />
ook belangrijk <strong>voor</strong> <strong>de</strong> <strong>voor</strong>tplanting van vissen als roggen en haring, die har<strong>de</strong><br />
substraten nodig hebben.<br />
Volgens <strong>de</strong> officiële visserijregistraties wordt er op <strong>de</strong> Klaverbank relatief<br />
weinig gevist door <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorvisserij. Mogelijk heeft dit te maken<br />
met <strong>de</strong> lage dichtheid van <strong>de</strong> doelsoorten en <strong>de</strong> praktische problemen<br />
<strong>voor</strong> <strong>de</strong> vissers om in dit gebied te vissen door <strong>de</strong> aanwezigheid van grind en<br />
stenen. De <strong>de</strong>mersale spanvissers en bor<strong>de</strong>ntrawlers vissen er <strong>voor</strong>al op kabeljauw<br />
en wijting.<br />
Het substraat van <strong>de</strong> Klaverbank bestaat <strong>voor</strong>namelijk uit grof materiaal<br />
(stenen en grof grind) met een specifieke (<strong>voor</strong> Ne<strong>de</strong>rland unieke) bo<strong>de</strong>mfauna<br />
van <strong>voor</strong>namelijk langleven<strong>de</strong> soorten. Het herstel van <strong>de</strong>ze soorten, met<br />
name <strong>de</strong> grote schelpdieren, is doorgaans traag. Vastgehechte dieren zullen<br />
na on<strong>de</strong>rploegen of verwij<strong>de</strong>ren van <strong>de</strong> stenen slechts zeer traag, dan wel niet<br />
herstellen.<br />
Al is <strong>de</strong> visserijintensiteit relatief laag ten opzichte van an<strong>de</strong>re gebie<strong>de</strong>n,<br />
toch heeft zij aanzienlijke negatieve gevolgen volgens Lin<strong>de</strong>boom et al.<br />
(2004), door <strong>de</strong> vernietiging van <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mfauna, die ter plaatse juist zo bijzon<strong>de</strong>r<br />
is. Daarnaast heeft <strong>de</strong> visserij ook een impact op <strong>de</strong> <strong>de</strong>mersale visfauna<br />
(bo<strong>de</strong>mvissen). Omdat <strong>de</strong> meeste vissoorten zeer mobiel zijn, is het<br />
onzeker of dit lokale effecten zal hebben. Bovendien zullen <strong>de</strong> effecten per<br />
soort verschillen. In het algemeen zijn door bevissing en omwoeling van <strong>de</strong><br />
zeebo<strong>de</strong>m langleven<strong>de</strong> soorten met een relatief lage reproductiesnelheid verdwenen<br />
of sterk in aantal teruggelopen.<br />
Te beschermen waar<strong>de</strong>n: alle ecologische waar<strong>de</strong>n van het gebied met<br />
grof grind, met name aan het oppervlak liggen<strong>de</strong> stenen met hun specifieke<br />
begroeiing. Ook het ertussen liggen<strong>de</strong> benthos heeft een hoge natuurwaar<strong>de</strong>.<br />
Doggersbank<br />
De Doggersbank als geheel, dus inclusief het Engelse en Duitse <strong>de</strong>el, vormt<br />
een zandbank in <strong>de</strong> <strong>de</strong>finitie van <strong>de</strong> Habitatrichtlijn. Ook bevin<strong>de</strong>n zich binnen<br />
dit gebied belangrijke gas<strong>voor</strong>ra<strong>de</strong>n. Door een hoge diversiteit van het benthos<br />
voldoet (een <strong>de</strong>el van) <strong>de</strong> Doggersbank ook aan OSPAR-criteria <strong>voor</strong> ge-
iedsbescherming. Ook komt op dit moment 40% van <strong>de</strong> op het NCP resteren<strong>de</strong><br />
stekelrogpopulatie in dit gebied <strong>voor</strong>. De stekelrog wordt echter niet in<br />
<strong>de</strong> HR- of OSPAR-lijsten genoemd.<br />
De Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorvissers vissen relatief weinig op <strong>de</strong> Doggersbank.<br />
Het is niet bekend hoeveel schepen on<strong>de</strong>r buitenlandse vlag hier actief<br />
zijn. An<strong>de</strong>re vormen van visserij (zoals pelagische visserij) komen op <strong>de</strong> Doggersbank<br />
vrijwel niet <strong>voor</strong>.<br />
Al is <strong>de</strong> visserij-intensiteit relatief laag ten opzichte van an<strong>de</strong>re gebie<strong>de</strong>n,<br />
toch heeft met name <strong>de</strong> boomkorvisserij negatieve gevolgen volgens Lin<strong>de</strong>boom<br />
et al. (2004), door <strong>de</strong> vernietiging van <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mfauna, die op <strong>de</strong> Doggersbank<br />
waar<strong>de</strong>vol is. In het algemeen zijn door bevissing en omwoeling van<br />
<strong>de</strong> zeebo<strong>de</strong>m, langleven<strong>de</strong> soorten met een relatief trage reproductiesnelheid<br />
verdwenen of sterk in aantal teruggelopen. Daarnaast heeft <strong>de</strong> visserij ook<br />
een impact op <strong>de</strong> <strong>de</strong>mersale visfauna (bo<strong>de</strong>mvissen). Omdat <strong>de</strong> meeste vissoorten<br />
zeer mobiel zijn, is het onzeker of dit lokale effecten zal hebben. Bovendien<br />
zullen <strong>de</strong> effecten per soort verschillen.<br />
Te beschermen waar<strong>de</strong>n: alle karakteristieken van een zandbank; biodiversiteit<br />
en biomassa van het macrobenthos; <strong>de</strong> stekelrog.<br />
Kustzee<br />
De Kustzee wordt gekenmerkt door hoge natuur- en belevingswaar<strong>de</strong>n. Het is<br />
een gebied met een hoge primaire productie en <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Hollandse kust en bij<br />
Schiermonnikoog wordt een hoge benthosdiversiteit gevon<strong>de</strong>n. De visfauna in<br />
<strong>de</strong> gehele Kustzee on<strong>de</strong>rscheidt zich van <strong>de</strong> rest van het NCP door een hoge<br />
soortenrijkdom. En potentieel kunnen hier een aantal Habitatrichtlijn-soorten<br />
als steur, fint, elft en zeeprik, <strong>voor</strong>komen. Voor <strong>de</strong> gehele Hollandse kust kunnen<br />
grote aantallen (tot meer dan 100.000) Zwarte Zee-een<strong>de</strong>n verblijven.<br />
Ook grote groepen Ei<strong>de</strong>reen<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n regelmatig in dit gebied gezien. De<br />
belangrijkste locatie in het afgelopen <strong>de</strong>cennium was een groot complex van<br />
spisula-banken tussen Bergen aan Zee en Callantsoog, maar in een eer<strong>de</strong>re<br />
winter (februari 1987) zat een zeer grote groep tussen Noordwijk en IJmui<strong>de</strong>n<br />
en nog veel ver<strong>de</strong>r terug (1929) was er een <strong>de</strong>rgelijke waarneming <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />
kust van Zuid-Holland. Gezien het <strong>voor</strong>komen van ondiep water met her en <strong>de</strong>r<br />
(op wisselen<strong>de</strong> plaatsen en eveneens wisselend in <strong>de</strong> tijd) rijke <strong>voor</strong>komens<br />
van schelpdieren (spisula of an<strong>de</strong>re soorten) kunnen zeer grote groepen een<strong>de</strong>n<br />
overal in <strong>de</strong> Hollandse Kustzee opduiken. De Kustzee <strong>voor</strong> <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>nei-<br />
21
22<br />
lan<strong>de</strong>n en het Deltagebied is van belang <strong>voor</strong> <strong>de</strong> in <strong>de</strong> Habitatrichtlijn genoem<strong>de</strong><br />
gewone en grijze zeehon<strong>de</strong>n.<br />
Het gebied wordt intensief bevist door <strong>de</strong> kleine schepen van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
boomkorvloot (
Tabel 2.1 Directe mortaliteit na 2 keer bevissen van een gebied met een<br />
commerciële 12 m en 4 m boomkor<br />
Soort Directe mortaliteit (% van initiële dichtheid)<br />
12 m boomkor<br />
4 m boomkor(zandige<br />
Vis<br />
Arnoglossus latren<br />
(zachte bo<strong>de</strong>m) bo<strong>de</strong>m kustzone)<br />
11 cm 24<br />
Buglosicdlum luteum<br />
Limanda limanda<br />
24<br />
Tabel 2.1 Directe mortaliteit na 2 keer bevissen van een gebied met een<br />
commerciële 12 m en 4 m boomkor (vervolg)<br />
Soort Directe mortaliteit (% van initiële dichtheid)<br />
12m boomkor<br />
4m boomkor (zandige<br />
Vis<br />
(zachte bo<strong>de</strong>m) bo<strong>de</strong>m kustzone)<br />
Pectinatria sp. 56 0 b)<br />
polychaetes sp.<br />
Molluscs<br />
14
Uit het on<strong>de</strong>rzoek blijkt dat boomkorvisserij leidt tot een aanzienlijke sterfte<br />
van bo<strong>de</strong>msoorten, zowel in <strong>de</strong> zandige kustzone na bevissing met een 4<br />
m boomkor als in <strong>de</strong> slikkige offshoregebie<strong>de</strong>n na bevissing met een 12 m<br />
boomkor. Het gaat bij <strong>de</strong> directe sterfte zowel om verschillen<strong>de</strong> vissoorten als<br />
om diverse soorten ongewervel<strong>de</strong>n (schelpdieren, kreeftachtigen, stekelhuidigen,<br />
borstelwormen).<br />
Voor verschillen<strong>de</strong> vissoorten liep <strong>de</strong> mortaliteit uiteen van 2 tot 75% (grotere<br />
vis) van <strong>de</strong> initiële dichtheid. De mortaliteit <strong>voor</strong> schar was zelfs groter<br />
dan 100%, omdat <strong>de</strong>ze soort al tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> visserij op het trawlen afkomt. Mortaliteit<br />
van ongewervel<strong>de</strong>n liep uiteen van 0 tot 85% <strong>voor</strong> verschillen<strong>de</strong> soorten<br />
mosselachtigen, van 4-80% <strong>voor</strong> schaaldieren, van 0 tot 60% <strong>voor</strong><br />
annnelidsoorten en van 0 tot 45% <strong>voor</strong> echino<strong>de</strong>rme soorten (tabel 2.1)<br />
Mortaliteit van ongewervel<strong>de</strong>n wordt <strong>voor</strong>al veroorzaakt door <strong>de</strong> passage<br />
van <strong>de</strong> boomkor, met name door <strong>de</strong> wekkerkettingen, en in veel min<strong>de</strong>re mate<br />
door het verblijf in het net. In <strong>de</strong> commerciële boomkorvisserij wor<strong>de</strong>n daarnaast<br />
grote hoeveelhe<strong>de</strong>n vis en ongewervel<strong>de</strong>n in zee teruggezet. Deze<br />
komen weer ten goe<strong>de</strong> aan aaseten<strong>de</strong> soorten. Discards wer<strong>de</strong>n in dit on<strong>de</strong>rzoek<br />
geschat op 8-10 kg do<strong>de</strong> vis en 4-6 kg ongewervel<strong>de</strong>n per kilo marktwaardige<br />
tong.<br />
Het BEON/IMPACT-on<strong>de</strong>rzoek geeft geen uitsluitsel over <strong>de</strong> langetermijneffecten<br />
van boomkorvisserij op het benthisch ecosysteem. Deze effecten<br />
zou<strong>de</strong>n alleen bestu<strong>de</strong>erd kunnen wor<strong>de</strong>n in relatief grote gebie<strong>de</strong>n die jarenlang<br />
<strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij gesloten blijven. In het rapport wordt <strong>de</strong> verwachting uitgesproken<br />
dat langetermijneffecten op <strong>de</strong> soortensamenstelling (bij<strong>voor</strong>beeld<br />
verhoog<strong>de</strong> sterfte kwetsbare soorten en toename van aaseten<strong>de</strong> soorten)<br />
reeds hun beslag hebben gekregen. Op het verband met door het ecosysteem<br />
gelever<strong>de</strong> goe<strong>de</strong>ren en diensten wordt in het rapport niet ingegaan.<br />
Effect van <strong>de</strong> boomkor op benthische productiviteit<br />
Bestaan<strong>de</strong> theorieën suggereren dat trawling niet alleen een direct effect<br />
heeft op <strong>de</strong> soortensamenstelling in het benthisch ecosysteem maar ook positieve<br />
of negatieve effecten kan hebben op ecosysteemprocessen zoals productie.<br />
Trawling zou lei<strong>de</strong>n tot relatieve dominantie van kleinere benthische<br />
soorten met kortere levenscyclus, omdat <strong>de</strong>ze min<strong>de</strong>r gevoelig zijn <strong>voor</strong> <strong>de</strong><br />
verstoring door trawlers dan <strong>de</strong> grotere benthische soorten (Jennings et al.,<br />
2001). Deze kleinere soorten zou<strong>de</strong>n dan ook kunnen profiteren van vermin<strong>de</strong>r<strong>de</strong><br />
concurrentie om voedsel en vermin<strong>de</strong>r<strong>de</strong> predatie door grotere soor-<br />
25
26<br />
ten. Omdat kleinere soorten bovendien meer productief zijn, zou er een<br />
'ploegeffect' kunnen optre<strong>de</strong>n waardoor <strong>de</strong> vispopulatie groeit. Uit on<strong>de</strong>rzoek<br />
blijkt in<strong>de</strong>rdaad dat op sommige locaties <strong>de</strong> kleinere soorten relatief dominanter<br />
wor<strong>de</strong>n en ook dat hun productiviteit stijgt. Deze stijging van productiviteit<br />
blijkt echter niet op te wegen tegen <strong>de</strong> gedaal<strong>de</strong> productiviteit van <strong>de</strong> grotere<br />
benthische soorten. Jennings et al. conclu<strong>de</strong>ren dan ook dat <strong>de</strong> waargenomen<br />
toename van biomassa en productiviteit van kleinere infaunale ongewervel<strong>de</strong>n<br />
in <strong>de</strong> Noordzee toegeschreven moet wor<strong>de</strong>n aan an<strong>de</strong>re factoren dan trawling,<br />
bij<strong>voor</strong>beeld klimaatveran<strong>de</strong>ring (Jennings et al., 2001).<br />
Olieverbruik en CO 2-uitstoot van <strong>de</strong> boomkor<br />
De laatste jaren komt er steeds meer kritiek op <strong>de</strong> boomkor, zowel vanuit<br />
ecologische oogpunt als het gaat om het energieverbruik, maar nog meer<br />
vanuit economisch oogpunt. Het brandstofverbruik is dusdanig hoog dat met<br />
<strong>de</strong> gestegen gasolieprijzen het steeds moeilijker wordt om economisch rendabel<br />
te vissen (zie tabel 2.2 en bijlagen 2 en 3).<br />
Tabel 2.2 Gasolie<strong>kosten</strong> in % van <strong>de</strong> besomming per pk-groep<br />
Vermogen kotters Gasolie<strong>kosten</strong> in % van <strong>de</strong> besomming<br />
301-1.500 pk 14<br />
1.501-2.000 pk 45<br />
2.001 pk en meer<br />
Bron: Taal et al. (2007).<br />
45<br />
2.3.2 Effecten van het pulstuig op ecologische functies<br />
Vanwege <strong>de</strong> kritiek op <strong>de</strong> boomkor en het hoge energieverbruik waardoor <strong>de</strong><br />
<strong>kosten</strong> <strong>voor</strong> vissers enorm zijn gestegen is men naarstig op zoek naar an<strong>de</strong>re,<br />
meer duurzame vistechnieken. Een <strong>voor</strong>beeld hiervan is het pulstuig. Al in<br />
1998 en 1999 werd er door on<strong>de</strong>rzoekers van het <strong>voor</strong>malige RIVO, nu Wageningen<br />
Imares, geëxperimenteerd met het pulstuig. Positief was daarbij dat<br />
het systeem ten opzichte van <strong>de</strong> boomkor min<strong>de</strong>r sterfte veroorzaakte on<strong>de</strong>r<br />
ongewervel<strong>de</strong> dieren en dat <strong>de</strong> bijvangst vermin<strong>de</strong>r<strong>de</strong> met 40%. De scholvangst<br />
was echter met <strong>de</strong> helft lager dan bij <strong>de</strong> boomkorvisserij (WB archief<br />
wetenschap, 2004). In 2005, 2006 en 2007 zijn <strong>de</strong> experimenten met het
pulstuig <strong>voor</strong>tgezet, ditmaal mid<strong>de</strong>ls een zogenaam<strong>de</strong> praktijkproef (UK154).<br />
In 2008 zal <strong>de</strong>ze praktijkproef uitgebreid wor<strong>de</strong>n met een totaal van 5 schepen.<br />
Het pulstuig heeft een aantal ecologische <strong>voor</strong><strong>de</strong>len ten opzichte van <strong>de</strong><br />
boomkor. Genoemd wor<strong>de</strong>n: min<strong>de</strong>r contact met <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>m, verlaging van het<br />
aantal scha<strong>de</strong>lijke effecten (Van Stralen, 2004a), min<strong>de</strong>r bijvangst, een grotere<br />
overlevingskans van <strong>de</strong> bijvangst en min<strong>de</strong>r bo<strong>de</strong>mberoering.<br />
Naast <strong>de</strong> ecologische en economische <strong>voor</strong><strong>de</strong>len die het pulstuig biedt,<br />
zijn er echter ook mogelijke ecologische na<strong>de</strong>len. Eén van <strong>de</strong>ze mogelijke na<strong>de</strong>len<br />
wordt beschreven in het rapport van Mul<strong>de</strong>r en Bos (2006). Het pulstuig<br />
gebruikt geen wekkerkettingen, maar buizen met elektro<strong>de</strong>n die elektrische<br />
schokjes (pulsen) uitzen<strong>de</strong>n waardoor bo<strong>de</strong>mvissen wor<strong>de</strong>n opgeschrikt en in<br />
<strong>de</strong> netten kunnen wor<strong>de</strong>n gevangen. Kraakbeenvissen zoals haaien en roggen<br />
zijn elektronsensitief en beschikken over zogenaam<strong>de</strong> elektroreceptoren:<br />
hiermee kunnen ze een elektrisch signaal <strong>de</strong>tecteren van bij<strong>voor</strong>beeld een<br />
prooi. Elektrische signalen van elektriciteitskabels of een pulstuig wor<strong>de</strong>n ook<br />
ge<strong>de</strong>tecteerd. Dit signaal gaat niet alleen bij <strong>de</strong> receptoren naar binnen, maar<br />
ook door <strong>de</strong> huid en veran<strong>de</strong>rt daar <strong>de</strong> interne referentiepotentiaal. Het gevolg<br />
hiervan is dat zich een complicatie <strong>voor</strong>doet. Haaien en roggen zijn in hoge<br />
mate afhankelijk van het goed functioneren van hun elektroreceptoren.<br />
De slotconclusie van Mul<strong>de</strong>r en Bos (2006) luidt dat <strong>de</strong> elektrische vel<strong>de</strong>n<br />
van een pulstuig effecten hebben op haaien en roggen. Bij een bepaal<strong>de</strong><br />
sterkte zullen <strong>de</strong>ze ontwijkgedrag vertonen dat op dat moment afwijkt van hun<br />
natuurlijk gedrag. Of dit op <strong>de</strong>n duur scha<strong>de</strong>lijke gevolgen heeft is niet bekend,<br />
gebeurt het echter veelvuldig dan kan dit stress tot gevolg hebben. Het<br />
is mogelijk dat met het pulstuig min<strong>de</strong>r haaien en roggen als bijvangst wor<strong>de</strong>n<br />
gevangen in vergelijking met <strong>de</strong> boomkor.<br />
Mul<strong>de</strong>r en Bos (ibid) geven aan dat er meer on<strong>de</strong>rzoek nodig is naar:<br />
- exacte aantallen van <strong>de</strong> bijvangst aan haaien en roggen door <strong>de</strong> boomkor<br />
en <strong>de</strong> Pulskor;<br />
- <strong>de</strong> effecten van hoge veldpotentialen op het gedrag en <strong>de</strong> fysiologie van<br />
haaien en roggen;<br />
- populatiedynamische gegevens van haaien en roggen in <strong>de</strong> Noordzee;<br />
- <strong>de</strong> locaties waar haaien en roggen het meest <strong>voor</strong>komen in relatie tot <strong>de</strong><br />
intensieve visgebie<strong>de</strong>n;<br />
- stressgevoeligheid van elektrosensitieve zeedieren door veelvuldig ontwijkgedrag.<br />
27
28<br />
2.4 Interacties tussen visserij en an<strong>de</strong>re sectoren in het Noordzeegebied<br />
Visserij en an<strong>de</strong>re activiteiten op <strong>de</strong> Noordzee staan niet los van elkaar. Ze<br />
concurreren met elkaar om ruimte, natuurlijke hulpbronnen en infrastructuur.<br />
In sommige gevallen hebben ze ook een positieve invloed op elkaar. In tabel<br />
2.3 is globaal aangegeven hoe <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> gebruiksfuncties van zee- en<br />
kustgebied elkaar beïnvloe<strong>de</strong>n. Hieron<strong>de</strong>r wor<strong>de</strong>n enkele van <strong>de</strong> relaties na<strong>de</strong>r<br />
toegelicht.<br />
Tabel 2.3 Interacties tussen visserij en an<strong>de</strong>re activiteiten op <strong>de</strong><br />
Noordzee<br />
Gebruiker/beïnvloe<strong>de</strong>r<br />
Visserij<br />
Recreatie/militaire activiteiten<br />
Scheepvaart<br />
Inbreng van stoffen<br />
Zand- en grindwinning<br />
Olie- en gaswinning<br />
Waterbouwkundige werken<br />
Zeer negatieve beïnvloeding<br />
Negatieve beïnvloeding<br />
Positieve beïnvloeding<br />
Geen beïnvloeding Natuur<br />
Bron: ETI - Amsterdam, Noordzee Cd-rom.<br />
Visserij kan een negatieve invloed hebben op <strong>de</strong> natuur door on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />
overbevissing of aantasting van het bo<strong>de</strong>mleven en het ecosysteem in het algemeen<br />
(tabel 2.3).<br />
Visserij<br />
Recreatie/militaire activiteiten<br />
Scheepvaart<br />
Beïnvloe<strong>de</strong> sector/waar<strong>de</strong><br />
Inbreng van stoffen<br />
Zand- en oliewinning<br />
Olie- en gaswinning
Recreatie kan negatieve invloed op natuur hebben door vervuiling of verstoring<br />
van rust. Dit geldt in nog sterkere mate <strong>voor</strong> militaire activiteiten.<br />
Grindwinning kan na<strong>de</strong>lige gevolgen hebben <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visstand, omdat<br />
sommige grindplekken <strong>voor</strong> <strong>de</strong> kust tevens belangrijke paaigebie<strong>de</strong>n zijn. Opwervelen<strong>de</strong><br />
slib<strong>de</strong>eltjes die ontstaan tij<strong>de</strong>ns <strong>de</strong> winning verstoppen <strong>de</strong> kieuwen<br />
van <strong>de</strong> vissen. Ook het bo<strong>de</strong>mprofiel veran<strong>de</strong>rt en zuurstofloze grondlagen<br />
wor<strong>de</strong>n blootgelegd waardoor <strong>de</strong> hoeveelheid zuurstof in het water wordt<br />
vermin<strong>de</strong>rd. Ook zandwinning in <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>nzee heeft na<strong>de</strong>lige gevolgen <strong>voor</strong><br />
het milieu en veroorzaakt bovendien extra kustafslag op <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>neilan<strong>de</strong>n.<br />
29
3 Economische effecten van <strong>de</strong> visserij<br />
30<br />
3.1 Inleiding<br />
Een belangrijk aspect van visserij is natuurlijk dat het een bijdrage levert aan<br />
<strong>de</strong> markteconomie. Deze waar<strong>de</strong> kan in principe wor<strong>de</strong>n gemeten aan <strong>de</strong><br />
hand van <strong>de</strong> marktprijs. Echter, als <strong>de</strong> markt niet goed werkt, zal <strong>de</strong> prijs niet<br />
<strong>de</strong> werkelijke waar<strong>de</strong> van een goed reflecteren. In dat geval tre<strong>de</strong>n externe effecten<br />
op die <strong>de</strong> vorm kunnen aannemen van effecten op <strong>de</strong> natuur of op an<strong>de</strong>re<br />
stakehol<strong>de</strong>rs buiten <strong>de</strong> markt om. In <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re hoofdstukken wordt bij<br />
<strong>de</strong>ze effecten stilgestaan en wor<strong>de</strong>n metho<strong>de</strong>n besproken waarmee <strong>de</strong>ze effecten<br />
gewaar<strong>de</strong>erd moeten wor<strong>de</strong>n. In dit hoofdstuk zal kort wor<strong>de</strong>n stilgestaan<br />
bij <strong>de</strong> bijdrage die <strong>de</strong> visserij levert aan <strong>de</strong> markteconomie.<br />
3.2 Marktwaar<strong>de</strong> en toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong><br />
Centraal in <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> bijdrage van een sector aan <strong>de</strong> markteconomie,<br />
staat uiteraard <strong>de</strong> marktwaar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> productie: <strong>de</strong> totale hoeveelheid<br />
product vermenigvuldigd met <strong>de</strong> gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> marktprijs. Om <strong>de</strong>ze productie<br />
te realiseren moeten echter ook <strong>kosten</strong> gemaakt wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>de</strong> verbruikte<br />
input. Om <strong>de</strong> nettobijdrage aan <strong>de</strong> markteconomie te berekenen moeten we<br />
dan ook <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> van input van <strong>de</strong> productiewaar<strong>de</strong> aftrekken. Daarmee verkrijgen<br />
we <strong>de</strong> bruto toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>: <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> die door <strong>de</strong> sector<br />
wordt gecreëerd. De toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> dient als vergoeding van <strong>de</strong> productiefactoren:<br />
personeels<strong>kosten</strong> (vergoeding van <strong>de</strong> factor arbeid), interest<br />
(vergoeding van financieel kapitaal) en winst (on<strong>de</strong>rnemersinkomen). De bruto<br />
toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> omvat daarnaast <strong>de</strong> afschrijvingen: <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>vermin<strong>de</strong>ring<br />
van <strong>de</strong> kapitaalgoe<strong>de</strong>ren. De netto toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> is ge<strong>de</strong>finieerd<br />
als bruto toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> vermin<strong>de</strong>rd met afschrijvingen en vormt dus<br />
<strong>de</strong> som van <strong>de</strong> beloningen van <strong>de</strong> productiefactoren. Om <strong>de</strong> bijdrage van <strong>de</strong><br />
sector aan <strong>de</strong> markteconomie te meten, gebruikt men ofwel <strong>de</strong> bruto toegevoeg<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong> (bijdrage aan Bruto Nationaal Product) ofwel <strong>de</strong> netto toegevoeg<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong> (bijdrage aan het Netto Nationaal Product). Het LEI publiceert<br />
in Visserij in Cijfers jaarlijks een overzicht van economische resultaten in <strong>de</strong>
Ne<strong>de</strong>rlandse visserijsector. Hiernaar wordt hier dan ook verwezen <strong>voor</strong> een<br />
overzicht van opbrengsten en <strong>kosten</strong> van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse visserijsector.<br />
3.3 Externe effecten<br />
In sommige gevallen zijn aan productie van een goed niet alleen private <strong>kosten</strong><br />
en baten verbon<strong>de</strong>n, maar heeft <strong>de</strong> productie ook buiten <strong>de</strong> markt om additionele<br />
effecten op <strong>de</strong> welvaart van burgers. In dat geval spreken we van<br />
externe effecten. In het geval van positieve externe effecten zijn <strong>de</strong> maatschappelijke<br />
baten groter dan <strong>de</strong> particuliere baten, terwijl een negatief extern<br />
effect betekent dat <strong>de</strong> maatschappelijke <strong>kosten</strong> groter zijn dan <strong>de</strong> particuliere<br />
productie<strong>kosten</strong>. Een <strong>voor</strong>beeld van een negatief extern effect is aantasting<br />
van het milieu.<br />
Figuur 3.1 Welvaartseffect van een negatief extern effect<br />
b<br />
P 2<br />
P 1<br />
D<br />
O<br />
Naar: Rouwendal en Rietveld (2000), p. 40.<br />
B<br />
q 2<br />
C<br />
A<br />
MMK<br />
Omdat externe effecten, met name in <strong>de</strong> vorm van milieueffecten, een belangrijke<br />
rol spelen in <strong>de</strong> visserij, heeft het zin om naast particuliere <strong>kosten</strong> en<br />
E<br />
MPK<br />
31
32<br />
baten ook <strong>de</strong> maatschappelijke <strong>kosten</strong> en baten te analyseren om te beoor<strong>de</strong>len<br />
wat <strong>de</strong> bijdrage van <strong>de</strong> sector is aan <strong>de</strong> maatschappelijke productie. Dit is<br />
precies wat in een MKBA gebeurt.<br />
Overigens kan <strong>de</strong> overheid er<strong>voor</strong> kiezen om <strong>voor</strong> het veroorzaken van<br />
negatieve externe effecten te laten betalen door mid<strong>de</strong>l van een heffing. Als<br />
<strong>de</strong> heffing precies even hoog is als het externe effect, is er geen sprake meer<br />
van een extern effect: <strong>de</strong> private <strong>kosten</strong> zijn dan weer gelijk aan <strong>de</strong> maatschappelijke<br />
<strong>kosten</strong>; het externe effect is dan geïnternaliseerd.<br />
Figuur 3.1 geeft <strong>de</strong> welvaartseffecten van een negatief extern effect weer.<br />
De lijn DE geeft <strong>de</strong> vraagcurve weer en <strong>de</strong> lijn MPK geeft <strong>de</strong> aanbodcurve<br />
weer, die gevormd wordt door <strong>de</strong> marginale particuliere <strong>kosten</strong>. Het marktevenwicht<br />
komt tot stand in punt A. Het totale welvaartseffect, <strong>de</strong> som van<br />
consumentensurplus (OAP1) en producentensurplus (DBP2), is in <strong>de</strong>ze situatie<br />
gelijk aan <strong>de</strong> oppervlakte OAD. Indien er nu een negatief extern effect optreedt<br />
bij <strong>de</strong> productie, ligt <strong>de</strong> marginale maatschappelijke <strong>kosten</strong>curve (MMK)<br />
hoger dan <strong>de</strong> marginale private <strong>kosten</strong>curve. Indien het evenwicht gehandhaafd<br />
wordt in punt A, wordt hierdoor <strong>de</strong> maatschappelijke welvaart vermin<strong>de</strong>rd<br />
met <strong>de</strong> externe <strong>kosten</strong> van <strong>de</strong> productie OAC. Het nieuwe<br />
maatschappelijk surplus is daarmee OAD - OAC = OBD - BAC. Het zijn precies<br />
<strong>de</strong>ze maatschappelijke <strong>kosten</strong> (en eventuele maatschappelijke baten) die men<br />
in een MKBA probeert te achterhalen.<br />
In bovenstaan<strong>de</strong> grafische <strong>voor</strong>stelling zijn <strong>de</strong> maatschappelijke <strong>kosten</strong><br />
proportioneel met <strong>de</strong> productie. Het externe effect kan in dit geval geïnternaliseerd<br />
wor<strong>de</strong>n door mid<strong>de</strong>l van een heffing ter hoogte van b per eenheid product.<br />
In dat geval vallen <strong>de</strong> private <strong>kosten</strong> dus samen met maatschappelijke<br />
<strong>kosten</strong>; het nieuwe evenwicht komt tot stand in punt B. Het nieuwe maatschappelijk<br />
surplus wordt nu OBD, een toename ten opzichte van <strong>de</strong> ongecorrigeer<strong>de</strong><br />
markt met BAC.<br />
Natuurlijk kunnen externe effecten ook positief zijn. In dat geval zijn <strong>de</strong><br />
maatschappelijke baten hoger dan <strong>de</strong> particuliere baten. Het marktevenwicht<br />
zal dan bij een lager dan optimaal productieniveau tot stand komen. Een positief<br />
extern effect kan wor<strong>de</strong>n geïnternaliseerd door een subsidie, die <strong>de</strong><br />
vraagcurve naar boven zal doen verschuiven.<br />
Uit <strong>de</strong>ze analyse kunnen we conclu<strong>de</strong>ren dat we bij het analyseren van<br />
maatschappelijke <strong>kosten</strong> rekening zullen moeten hou<strong>de</strong>n met eventuele milieuheffingen,<br />
die <strong>de</strong> externe effecten internaliseren en het verschil tussen private<br />
en maatschappelijke <strong>kosten</strong> geheel of ge<strong>de</strong>eltelijk teniet doen. Overigens
zullen heffingen en subsidies die toegepast wor<strong>de</strong>n bij afwezigheid van externe<br />
effecten juist welvaartsverliezen creëren.<br />
Indirecte economische effecten<br />
Naast directe markteffecten en externe effecten die buiten <strong>de</strong> markt om optre<strong>de</strong>n,<br />
kan productie ook indirecte economische effecten hebben. Indirecte<br />
economische effecten kunnen wor<strong>de</strong>n ge<strong>de</strong>finieerd als <strong>de</strong> doorwerking van <strong>de</strong><br />
markttransacties op <strong>de</strong> markt <strong>voor</strong> vis naar an<strong>de</strong>re markten. 1<br />
Bij een daling van <strong>de</strong> visproductie, zal bij<strong>voor</strong>beeld <strong>de</strong> prijs van vis toenemen<br />
en kan een substitutie-effect optre<strong>de</strong>n waardoor <strong>de</strong> vraag naar gerelateer<strong>de</strong><br />
producten, zoals vlees of geïmporteer<strong>de</strong> vis, toeneemt. Hierdoor zal<br />
een additioneel welvaartseffect <strong>voor</strong> <strong>de</strong> producenten van vlees optre<strong>de</strong>n dat<br />
het negatieve welvaartseffect <strong>voor</strong> <strong>de</strong> vissers ge<strong>de</strong>eltelijk kan compenseren.<br />
Ook dit soort indirecte economische effecten kan bij een MKBA wor<strong>de</strong>n meegenomen.<br />
1 Elhorst et al. (2004).<br />
33
4 Sociaal-culturele effecten van <strong>de</strong><br />
visserij<br />
34<br />
4.1 Inleiding<br />
In <strong>de</strong> vorige twee hoofdstukken zijn we ingegaan op <strong>de</strong> ecologische en <strong>de</strong><br />
economische effecten van <strong>de</strong> visserij. Wat in <strong>de</strong>ze analyses echter ontbreekt<br />
(en dat geldt <strong>voor</strong> meer<strong>de</strong>re MKBA's) zijn <strong>de</strong> sociaal-culturele effecten van <strong>de</strong><br />
visserij. Deze mogen in een MKBA niet ontbreken. Analoog aan het on<strong>de</strong>rscheid<br />
dat in economische analyses wordt gemaakt (er zijn 3 soorten kapitaal:<br />
menselijk kapitaal, fysiek kapitaal en natuurlijk kapitaal) voegen we hier<br />
het culturele kapitaal toe. Cultureel kapitaal bestaat uit 2 vormen: ten eerste<br />
als iets tastbaars, wat we ook wel stock noemen (gebouwen, locaties, gebruiks<strong>voor</strong>werpen,<br />
schil<strong>de</strong>rijen enzo<strong>voor</strong>t) (cultureel erfgoed) en ten twee<strong>de</strong><br />
als iets niet-tastbaars, wat we ook wel flow noemen (i<strong>de</strong>eën, praktijken, geloof,<br />
groepsi<strong>de</strong>ntiteit enzo<strong>voor</strong>t). Het eerste is gemakkelijker te waar<strong>de</strong>ren<br />
dan het twee<strong>de</strong>.<br />
Bij cultureel kapitaal in <strong>de</strong> visserij kan gedacht wor<strong>de</strong>n aan het volgen<strong>de</strong>:<br />
een visserijgemeenschap ontleent <strong>voor</strong> een groot ge<strong>de</strong>elte haar i<strong>de</strong>ntiteit aan<br />
<strong>de</strong> visserij. Een <strong>voor</strong>beeld van zo'n gemeenschap is Urk. Het tastbare culturele<br />
kapitaal bestaat in dit geval uit: afslag, haven, schepen, visserijmuseum,<br />
visserijfeesten enzo<strong>voor</strong>t. Het niet-tastbare culturele kapitaal wordt on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re<br />
gevormd door: <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> Urker gemeenschap die gevormd<br />
wordt door een samenspel tussen visserij, geloof en praktijken (het uitvaren<br />
zondag om 24.00 en terugkomen vrijdagmorgen, <strong>de</strong> verkoop van vis op <strong>de</strong><br />
afslag enzo<strong>voor</strong>t).<br />
In dit hoofdstuk proberen we <strong>de</strong> sociaal-culturele effecten van visserij te<br />
i<strong>de</strong>ntificeren. De literatuur biedt enkele aanknopingspunten <strong>voor</strong> het waar<strong>de</strong>ren<br />
van <strong>de</strong>ze effecten. Deze zullen in dit hoofdstuk kort besproken wor<strong>de</strong>n.<br />
De twee<strong>de</strong> paragraaf gaat in op <strong>de</strong> meer tastbare vorm van cultureel kapitaal.
4.2 De waar<strong>de</strong> van cultuur erfgoed (stock)<br />
Figuur 4.1 laat zien dat <strong>voor</strong> cultuurhistorie zowel een economische waar<strong>de</strong><br />
als een expertwaar<strong>de</strong> kunnen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n. Cultuurhistorie kan invloed<br />
hebben op <strong>de</strong> welvaart op 3 manieren; beleving, vererving en woongenot.<br />
Naast <strong>de</strong>ze 3 vormen van welvaart die buiten <strong>de</strong> markt om beïnvloed<br />
wor<strong>de</strong>n, kan cultuurhistorie ook een financiële ofwel directe marktwaar<strong>de</strong> (in<br />
figuur 4.1 aangeduid als 'kas') hebben. Hier is sprake van als cultuurhistorie<br />
leidt tot concrete opbrengsten, bij<strong>voor</strong>beeld in <strong>de</strong> horecasector, leidt.<br />
De recreatieve belevingswaar<strong>de</strong> is <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> die mensen ontlenen aan<br />
een gebied of object door het te bezoeken, zon<strong>de</strong>r dat er daadwerkelijk geld<br />
wordt uitgegeven aan bij<strong>voor</strong>beeld consumpties. Dit kan berekend wor<strong>de</strong>n<br />
met <strong>de</strong> Reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> en <strong>de</strong> Contingente Waar<strong>de</strong>r<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>.<br />
De verervingswaar<strong>de</strong> is gelijk aan <strong>de</strong> welvaart die mensen ontlenen aan<br />
het doorgeven van erfgoed aan het nageslacht, zon<strong>de</strong>r dat zij er zelf op enige<br />
wijze gebruik van maken. Dit kan gemonetariseerd wor<strong>de</strong>n met behulp van <strong>de</strong><br />
Contingente Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>. Aan burgers wordt dan gevraagd naar hun<br />
betalingsbereidheid <strong>voor</strong> behoud, los van hun gebruik, wanneer zij het object<br />
of gebied niet zou<strong>de</strong>n kunnen bezoeken.<br />
Figuur 4.1 De waar<strong>de</strong>n van cultuurhistorie (Ruijgrok, 2004)<br />
Welvaart<br />
- beleving<br />
- vererving<br />
- woongenot<br />
enzo<strong>voor</strong>t<br />
Bron: Ruijgrok (2004).<br />
KAS<br />
Informatie gehalte:<br />
- criteria<br />
Economische waar<strong>de</strong><br />
(toepasbaar in MKBA)<br />
Financiële waar<strong>de</strong>:<br />
Inkomsten ontbreken vaak<br />
Expertwaar<strong>de</strong><br />
(toepasbaar in MER)<br />
35
36<br />
De woongenotswaar<strong>de</strong> is <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van historische kenmerken van <strong>de</strong><br />
bebouwing en haar omgeving die tot uitdrukking komt in <strong>de</strong> prijs van een woning<br />
(Hedonische Prijzenmetho<strong>de</strong>).<br />
Bij cultuurhistorie maakt Ruijgrok (2004) on<strong>de</strong>rscheid tussen 3 facetten:<br />
archeologie, historische geografie en historische bouwkun<strong>de</strong> (zie figuur 4.2).<br />
De belevingswaar<strong>de</strong> en verervingswaar<strong>de</strong> hiervan kunnen gewaar<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n<br />
met <strong>de</strong> conditionele of contingente waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>; <strong>de</strong> woongenotswaar<strong>de</strong><br />
kan gewaar<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> hedonische prijzenmetho<strong>de</strong>. De<br />
<strong>de</strong>finitie van Ruijgrok is echter een nogal beperkte <strong>de</strong>finitie van cultureel erfgoed.<br />
Niet alleen het historische component is belangrijk, maar ook <strong>de</strong> huidige.<br />
Het gaat dan om zaken als: locaties, gebruiks<strong>voor</strong>werpen en schil<strong>de</strong>rijen,<br />
DIE naast gebouwen ook vormen zijn van tastbaar cultureel kapitaal.<br />
Figuur 4.2 De waar<strong>de</strong>componenten en <strong>de</strong> 3 facetten van cultuurhistorie<br />
Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n: Waar<strong>de</strong>componenten: Facetten:<br />
conditionele<br />
waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong><br />
hedonische<br />
prijzenmetho<strong>de</strong><br />
Bron: Ruijgrok (2004).<br />
belevingswaar<strong>de</strong><br />
ververvingswaar<strong>de</strong><br />
woongenotswaar<strong>de</strong><br />
4.3 De waar<strong>de</strong> van cultureel kapitaal (niet-tastbaar, flow)<br />
archeologie<br />
historische geografie<br />
historische bouwkun<strong>de</strong><br />
historische bouwkun<strong>de</strong><br />
In <strong>de</strong> antropologische en sociologische literatuur staat <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> <strong>de</strong>finitie<br />
van cultuur:<br />
'Cultuur of beschaving, gezien in bre<strong>de</strong> etnografische zin, is dat complexe<br />
geheel van kennis, geloof, kunst, wetten, gebruiken evenals elk an<strong>de</strong>r
vermogen en gewoonte door mensen verworven als lid van <strong>de</strong> gemeenschap'<br />
(Tyler, 1958).<br />
In dit ka<strong>de</strong>r kunnen culturele interacties tussen le<strong>de</strong>n van een groep gemo<strong>de</strong>lleerd<br />
wor<strong>de</strong>n als transacties of uitwisselingen van symbolische of materiële<br />
goe<strong>de</strong>ren binnen een geëconomiseerd raamwerk. Antropologen hebben<br />
primitieve en min<strong>de</strong>r primitieve samenlevingen in <strong>de</strong>ze termen ge<strong>de</strong>finieerd,<br />
waar markti<strong>de</strong>eën, ruilwaar<strong>de</strong>s, valuta, prijzen en an<strong>de</strong>re van <strong>de</strong>gelijke fenomenen<br />
een culturele betekenis hebben. Een essentiële functie van <strong>de</strong>ze manifestaties<br />
van een groepscultuur is om een groepsi<strong>de</strong>ntiteit te creëren om zich<br />
zo te kunnen on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n van an<strong>de</strong>re groepen (Throsby, 1999). De niettastbare<br />
waar<strong>de</strong> van cultureel kapitaal vormt dus een belangrijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van<br />
het totale sociaal-culturele kapitaal en ze beïnvloe<strong>de</strong>n elkaar ook.<br />
Een stroming binnen <strong>de</strong> antropologie is het zogenaam<strong>de</strong> cultureel materialisme:<br />
dit omvat <strong>de</strong> i<strong>de</strong>e dat alle culturen zich aanpassen aan en verklaarbaar<br />
zijn door hun materiële omgeving.<br />
Ook het artikel van Sny<strong>de</strong>r et al. (2003) gaat in op <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong><br />
van cultuur, met name in het ka<strong>de</strong>r van het verlies van inheemse culturen.<br />
In <strong>de</strong>ze publicatie wor<strong>de</strong>n 2 aan elkaar gerelateer<strong>de</strong> categorieën van verlies<br />
besproken: verlies van (in dit geval) bezit van een natuurlijke hulpbron en verlies<br />
van verwantschap en het gevoel ergens bij te horen (Kirsch, 2001). In <strong>de</strong><br />
laatste gaat het erom dat een eigendom/bezit een manifestatie is van sociale<br />
relaties: eigendom/een goed bestaat niet zon<strong>de</strong>r dat mensen er betekenis<br />
aan geven (Kirsch, 2001). Wanneer het verwerven van eigendom een sociale<br />
manifestatie is, dan geldt dit ook <strong>voor</strong> het verlies ervan. Zoals al eer<strong>de</strong>r genoemd,<br />
kunnen cultuur (i<strong>de</strong>ntiteit, processen van betekenisgeving, manier van<br />
leven), maar ook religie niet los gezien wor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> geografische locatie.<br />
Gebie<strong>de</strong>n zijn dus niet zomaar inwisselbaar en <strong>de</strong> verplaatsings<strong>kosten</strong> alleen<br />
zijn dan ook niet genoeg om <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van het verlies te berekenen. Dit<br />
speelt <strong>voor</strong>al in <strong>de</strong> meer traditionele subsistence samenlevingen (Sny<strong>de</strong>r et<br />
al., 2003).<br />
In <strong>de</strong> literatuur zijn een aantal aanknopingspunten te vin<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> het waar<strong>de</strong>ren<br />
van <strong>de</strong>ze sociaal-culturele effecten. Een <strong>voor</strong>beeld is een Social Impact<br />
Assessment (SIA). Een SIA is nodig wanneer <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gestel<strong>de</strong> nieuwe situatie<br />
problemen oplevert <strong>voor</strong> meer<strong>de</strong>re personen of wanneer <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> situatie<br />
niet overeenkomt met <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n van een significant aantal mensen, die<br />
aangeven dat actie noodzakelijk is om <strong>de</strong> situatie te veran<strong>de</strong>ren (Becker,<br />
37
38<br />
2001). Dit kan dan gewaar<strong>de</strong>erd wor<strong>de</strong>n via <strong>de</strong> Willingness to Pay-metho<strong>de</strong><br />
waarbij gevraagd wordt naar <strong>de</strong> betalingsbereidheid om terug te keren naar<br />
<strong>de</strong> ou<strong>de</strong> situatie (zie figuur 4.3). De sociaal-culturele impact kan ook gewaar<strong>de</strong>erd<br />
wor<strong>de</strong>n via <strong>de</strong> kwaliteit van leven: is <strong>de</strong>ze toe of afgenomen? Hoogte<br />
van het inkomen, misdaadcijfers, ziektes, aantal zelfmoor<strong>de</strong>n zijn <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n<br />
om <strong>de</strong> kwaliteit van het leven in <strong>kosten</strong> en baten uit te drukken.<br />
Figuur 4.3 Traditionele en economische evaluatie van <strong>de</strong> sociale impact<br />
van toerisme<br />
Bron: Lindberg en Johnson (1997).<br />
1. change in level or type of<br />
tourism from condition A to condition<br />
B<br />
2. Change in actual level of impacts<br />
(objective impacts)<br />
Traditional Economic<br />
3T. Current (condition B) perceived<br />
level of impacts (subjective impacts)<br />
or attitu<strong>de</strong> toward tourism<br />
4T. Behaviour/behavioral intention<br />
4.4 Sociaal-culturele waar<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> visserijsector<br />
3E. Change in economic value resulting<br />
from the change in condition<br />
(e.g. measured as willingness-topay<br />
to return to condition A)<br />
Visserij kan een positieve invloed hebben op werkgelegenheid, recreatie en<br />
toerisme, cultuur (flow en stock). Wanneer <strong>de</strong> visserij afneemt, zal <strong>de</strong> relatie<br />
met <strong>de</strong>ze aspecten naar alle waarschijnlijkheid ook veran<strong>de</strong>ren. Min<strong>de</strong>r werkgelegenheid<br />
in <strong>de</strong> visserij hoeft niet te betekenen dat er meer werkloosheid<br />
zal ontstaan. Dit hangt af van <strong>de</strong> afhankelijkheid van <strong>de</strong> visserij en het al of<br />
niet aanwezig zijn van alternatieve bronnen van werkgelegenheid en <strong>de</strong> mogelijkheid<br />
tot omscholing. Ook kan het visserijgerelateer<strong>de</strong> toerisme afnemen,<br />
doordat gebouwen of artefacten verdwijnen (bij<strong>voor</strong>beeld schepen, musea en
afslagen). De <strong>kosten</strong> hiervan dienen meegenomen te wor<strong>de</strong>n in een MKBA, al<br />
moet wel rekening wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n met regionale versus nationale <strong>kosten</strong><br />
en baten (lokaal kunnen misschien <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> stijgen, terwijl ze lan<strong>de</strong>lijk afnemen).<br />
Wanneer een visserij afneemt, veran<strong>de</strong>rt ook <strong>de</strong> lokale i<strong>de</strong>ntiteit die in<br />
sterke mate samenhangt met <strong>de</strong> visserij. Dit kan sociale gevolgen met zich<br />
meebrengen in <strong>de</strong> zin dat mensen zich ontheemd voelen, er kunnen meer<br />
ziektes ontstaan of <strong>de</strong> criminaliteit kan toenemen. De extra <strong>kosten</strong> die dit met<br />
zich meebrengt, kunnen meegenomen wor<strong>de</strong>n in een MKBA.<br />
39
5. Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n binnen een<br />
MKBA en <strong>de</strong> geschiktheid <strong>voor</strong><br />
visserijspecifieke vraagstukken<br />
40<br />
5.1 Inleiding<br />
In <strong>de</strong> literatuur zijn uitgebrei<strong>de</strong> beschrijvingen te vin<strong>de</strong>n van waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
en <strong>de</strong> <strong>voor</strong>- en na<strong>de</strong>len hiervan. In paragraaf 1 wordt een beknopte<br />
beschrijving gegeven van <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n. In paragraaf 2 geven<br />
we <strong>de</strong> geschiktheid van <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong>n aan <strong>voor</strong> een MKBA-visserij. Tot slot<br />
werken we 2 visserijeffecten, namelijk discards en bo<strong>de</strong>mberoering, na<strong>de</strong>r uit<br />
en beschrijven we hoe <strong>de</strong>ze effecten gewaar<strong>de</strong>erd kunnen wor<strong>de</strong>n.<br />
5.2 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
5.2.1 Verschillen<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n<br />
Van <strong>de</strong>r Hei<strong>de</strong> et al. (2006) geven een uitgebrei<strong>de</strong> beschrijving van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n. In <strong>de</strong> meeste gevallen waar een MKBA<br />
wordt ingezet, gaat het om een ex ante evaluatie (een on<strong>de</strong>rzoek naar <strong>de</strong><br />
verwachte <strong>kosten</strong> en baten van mogelijke beleidsalternatieven). Een ex ante<br />
evaluatie veron<strong>de</strong>rstelt <strong>de</strong> aanwezigheid van ten minste twee beleidsalternatieven,<br />
waaron<strong>de</strong>r <strong>de</strong> handhaving van het bestaan<strong>de</strong> beleid.<br />
Om <strong>de</strong> effecten van infrastructuur op natuur en milieu beter in <strong>de</strong> besluitvorming<br />
mee te nemen, hebben Ruijgrok et al. (2004) een aanvulling op <strong>de</strong><br />
OEI-leidraad opgesteld. De on<strong>de</strong>rzoekers on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n 5 typen natuureffecten,<br />
namelijk areaalveran<strong>de</strong>ring, versnippering, verstoring, verdroging en vervuiling.<br />
Dit sluit tevens aan bij <strong>de</strong> milieueffectrapportage (MER).<br />
Een verschil tussen <strong>de</strong> MER en MKBA is dat het bij <strong>de</strong> laatste gaat om<br />
gemonetariseer<strong>de</strong> welvaartseffecten, terwijl bij <strong>de</strong> MER <strong>de</strong> verwachte fysieke<br />
effecten wor<strong>de</strong>n beschreven in absolute zin, zon<strong>de</strong>r dat <strong>de</strong>ze in geld wor<strong>de</strong>n<br />
uitgedrukt. Bovendien wor<strong>de</strong>n bij <strong>de</strong> MER externe partijen betrokken (lagere<br />
overhe<strong>de</strong>n en belangengroepen).
Ten behoeve van het uitvoeren van MKBA, heeft LNV in samenwerking met<br />
Witteveen en Bos en verschillen<strong>de</strong> <strong>de</strong>skundigen, het kentallenboek ontwikkeld.<br />
1 Dit kentallenboek is bedoeld als naslagwerk <strong>voor</strong> een opsteller van<br />
MKBA's. Het bevat kentallen <strong>voor</strong> <strong>de</strong> kwantificering en monetarisering van baten<br />
van natuur, water, bo<strong>de</strong>m en landschap, die kunnen ontstaan of juist verloren<br />
gaan door infrastructuur-, woningbouw- en waterbouw- en waterbeheerprojecten.<br />
In dit naslagwerk komt <strong>voor</strong> wat betreft <strong>de</strong> baten van water ook <strong>de</strong><br />
zee aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>. Helaas zijn juist <strong>voor</strong> het zeegebied <strong>de</strong> meeste effecten en<br />
functies niet gekwantificeerd.<br />
Zoals in figuur 5.1 is aangegeven kan <strong>de</strong> totale economische waar<strong>de</strong> wor<strong>de</strong>n<br />
ver<strong>de</strong>eld in een gebruikswaar<strong>de</strong> en een niet-gebruikswaar<strong>de</strong>.<br />
De gebruikswaar<strong>de</strong> is on<strong>de</strong>r te ver<strong>de</strong>len in:<br />
- directe gebruikswaar<strong>de</strong><br />
dit is het nut dat individuen aan het gebruik van <strong>de</strong> natuur ontlenen (agrarische<br />
producten, vis en hout en diensten zoals recreatie);<br />
- indirecte gebruikswaar<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong> weerspiegelt het nut van <strong>de</strong> consumptie van goe<strong>de</strong>ren en<br />
diensten die dankzij het bestaan van het ecosysteem geleverd kunnen<br />
wor<strong>de</strong>n (biologische diversiteit zorgt <strong>voor</strong> een natuurlijke recycling van afvalproducten<br />
van consumptie en productie).<br />
De niet-gebruikswaar<strong>de</strong>n zijn on<strong>de</strong>r te ver<strong>de</strong>len in:<br />
- legaatwaar<strong>de</strong><br />
het bedrag dat een individu bereid is te betalen <strong>voor</strong> het bewaren van een<br />
biologische hulpbron ten behoeve van nageslacht of toekomstige generaties;<br />
- filantropische waar<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong> weerspiegelt <strong>de</strong> betalingsbereidheid van een individu <strong>voor</strong><br />
het beschermen van een biologische hulpbron ten behoeve van generatiegenoten;<br />
- bestaanswaar<strong>de</strong><br />
<strong>de</strong> bestaanswaar<strong>de</strong> geeft <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring weer die door individuen gegeven<br />
wordt <strong>voor</strong> het behoud van <strong>de</strong> hulpbron zon<strong>de</strong>r het <strong>voor</strong>nemen die hulpbron<br />
ook daadwerkelijk te gebruiken;<br />
1 Kentallen Waar<strong>de</strong>ring Natuur, Water, Bo<strong>de</strong>m en Landschap, Hulpmid<strong>de</strong>l bij MKBA's (2006).<br />
41
42<br />
- optiewaar<strong>de</strong><br />
on<strong>de</strong>r optiewaar<strong>de</strong> wordt verstaan <strong>de</strong> betalingsbereidheid van een individu<br />
<strong>voor</strong> het behoud van natuurlijke hulpbronnen, opdat <strong>de</strong>ze in <strong>de</strong> toekomst<br />
beschikbaar blijven.<br />
Figuur 5.1 Na<strong>de</strong>re categorisering van <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong> van natuur<br />
en milieu<br />
Totale economische<br />
waar<strong>de</strong><br />
Gebruikswaar<strong>de</strong><br />
Niet-gebruikswaar<strong>de</strong><br />
Bron: Hei<strong>de</strong> (2006); Ruijgrok et al. (2004); en Turner et al. (2000).<br />
Directe gebruikswaar<strong>de</strong><br />
Indirecte gebruikswaar<strong>de</strong><br />
Optiewaar<strong>de</strong><br />
Bestaanswaar<strong>de</strong><br />
Legaatwaar<strong>de</strong><br />
Filantropische waar<strong>de</strong><br />
In een MKBA wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> gebruiks- en niet-gebruikswaar<strong>de</strong> mid<strong>de</strong>ls een<br />
waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong> in geld uitgedrukt. In <strong>de</strong> literatuur wor<strong>de</strong>n een aantal metho<strong>de</strong>n<br />
genoemd om <strong>de</strong> gebruikswaar<strong>de</strong> en <strong>de</strong> niet-gebruikswaar<strong>de</strong> te waar<strong>de</strong>ren.<br />
De reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> en <strong>de</strong> hedonische prijzenmetho<strong>de</strong> zijn twee<br />
metho<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> gebruikswaar<strong>de</strong> te meten. De Contingente waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong><br />
en <strong>de</strong> Conjoint Analysis zijn metho<strong>de</strong>n die zowel <strong>de</strong> gebruikswaar<strong>de</strong> als<br />
<strong>de</strong> niet-gebruikswaar<strong>de</strong> kunnen waar<strong>de</strong>ren. Dit geldt ook <strong>voor</strong> <strong>de</strong> metho<strong>de</strong>n<br />
die gebaseerd zijn op vermijdings<strong>kosten</strong> en vervangings<strong>kosten</strong>. In paragraaf<br />
2.2.2 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong>n kort beschreven, <strong>de</strong> bezwaren wor<strong>de</strong>n genoemd<br />
en ten slotte wordt <strong>de</strong> toepasbaarheid bij een MKBA <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserij<br />
besproken.
5.2.2 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> geschiktheid <strong>voor</strong> een MKBA-visserij<br />
1. De reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> (ex post)<br />
Het i<strong>de</strong>e dat ten grondslag ligt aan <strong>de</strong> reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> is dat <strong>de</strong> <strong>kosten</strong><br />
verbon<strong>de</strong>n aan het bezoeken van een natuurgebied, direct gerelateerd zijn<br />
aan <strong>de</strong> baten die individuen ontlenen aan het gebied (Van <strong>de</strong>r Hei<strong>de</strong> et al.,<br />
2006). Het gaat hier zowel om <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> die daadwerkelijk verbon<strong>de</strong>n zijn<br />
aan het reizen (verplaatsings<strong>kosten</strong>) als om <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> die ter plaatse wor<strong>de</strong>n<br />
gemaakt.<br />
Er kleven echter een aantal bezwaren aan <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong>:<br />
- individuen kunnen ook nut aan <strong>de</strong> reis ontlenen;<br />
- 2 bezoekers met i<strong>de</strong>ntieke reis<strong>kosten</strong> hoeven niet <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> te<br />
hechten aan het gebied;<br />
- ook omwonen<strong>de</strong>n kunnen het gebied lopend bezoeken;<br />
- het geeft on<strong>de</strong>rgrens aan <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> (mensen die dichtbij wonen had<strong>de</strong>n<br />
misschien nog wel meer aan reis<strong>kosten</strong> uit willen geven).<br />
Geschiktheid reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> <strong>voor</strong> MKBA visserij<br />
De reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> kan in principe wel gebruikt wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>de</strong> bepaling<br />
van <strong>de</strong> recreatiewaar<strong>de</strong> en toeristische waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> Noordzee(kust). Hierbij<br />
moeten dan ook <strong>de</strong> uitgaven ter plaatse wor<strong>de</strong>n meegenomen. Het is echter<br />
geen optie <strong>voor</strong> waar<strong>de</strong>ring van benthische ecosystemen omdat mensen hier<br />
niet naartoe reizen.<br />
2. De hedonische prijzenmetho<strong>de</strong> (ex post)<br />
Deze metho<strong>de</strong> leidt <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van natuur(park) of milieu(vervuiling) af van <strong>de</strong><br />
actuele prijs van bepaal<strong>de</strong> marktgoe<strong>de</strong>ren. Het principe van <strong>de</strong> hedonische<br />
prijzenmetho<strong>de</strong> gaat uit van <strong>de</strong> extra prijs die mensen bereid zijn te betalen<br />
<strong>voor</strong> een marktgoed met bepaal<strong>de</strong> milieu- en natuurgerelateer<strong>de</strong> kwaliteiten in<br />
vergelijking met <strong>de</strong> prijs van hetzelf<strong>de</strong> goed zon<strong>de</strong>r <strong>de</strong>ze kwaliteit. Het verschil<br />
wordt gezien als <strong>de</strong> indicatie <strong>voor</strong> natuur- en milieukwaliteiten. De metho<strong>de</strong><br />
wordt hoofdzakelijk ingezet om <strong>de</strong> relatie tussen <strong>de</strong> prijzen van<br />
vastgoed (woningen).<br />
43
44<br />
Ook hier zijn een aantal bezwaren te noemen:<br />
- verschillen<strong>de</strong> omgevingsfactoren kunnen met elkaar samenhangen, waardoor<br />
statistische problemen ontstaan;<br />
- <strong>de</strong> metho<strong>de</strong> veron<strong>de</strong>rstelt perfect werken<strong>de</strong> markten <strong>voor</strong> vastgoed,<br />
waardoor consumenten bij<strong>voor</strong>beeld beschikken over volledige informatie.<br />
Geschiktheid <strong>voor</strong> MKBA visserij<br />
- De meerwaar<strong>de</strong> van vastgoed in het kustgebied kan gebruikt wor<strong>de</strong>n bij<br />
<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> belevingswaar<strong>de</strong> van het kustgebied.<br />
- De meerprijs <strong>voor</strong> duurzaam gecertificeer<strong>de</strong> vis (bij<strong>voor</strong>beeld MSC 1 ) kan<br />
gebruikt wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van milieuscha<strong>de</strong> door visserij (afhankelijk<br />
van <strong>de</strong> criteria <strong>voor</strong> het betreffen<strong>de</strong> label). Dit zou een on<strong>de</strong>rgrens<br />
opleveren <strong>voor</strong> <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van milieuscha<strong>de</strong>.<br />
- Het is niet geschikt <strong>voor</strong> bepaling van <strong>de</strong> bestaanswaar<strong>de</strong> en belevingswaar<strong>de</strong><br />
van bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n in open zee.<br />
3. Vermijdings<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> (avoi<strong>de</strong>d costs/averting expenditure)<br />
De vermijdings<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong> observeert uitgaven van individuen (huishou<strong>de</strong>ns)<br />
die gedaan wor<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> negatieve gevolgen van bepaal<strong>de</strong> milieueffecten<br />
te vermij<strong>de</strong>n en leidt daaruit <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong>ze milieueffecten af. Als<br />
milieukwaliteit en <strong>de</strong> vermijdingsmaatregelen perfecte substituten zijn, kunnen<br />
<strong>de</strong> vermijdingsuitgaven direct wor<strong>de</strong>n geïnterpreteerd als een maatstaf <strong>voor</strong><br />
<strong>de</strong> (on<strong>de</strong>rgrens) van <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van het milieueffect. Dit is echter zel<strong>de</strong>n het<br />
geval. De <strong>kosten</strong> die wor<strong>de</strong>n gemaakt <strong>voor</strong> dubbel glas om geluidsoverlast te<br />
reduceren, zou<strong>de</strong>n gebruikt kunnen wor<strong>de</strong>n om <strong>de</strong> economische waar<strong>de</strong> van<br />
geluidsoverlast te schatten. Dubbel glas heeft echter ook an<strong>de</strong>re effecten:<br />
energie(<strong>kosten</strong>)besparing, min<strong>de</strong>r tocht. Hiermee zou eigenlijk ook rekening<br />
moeten wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n.<br />
Deze metho<strong>de</strong> lijkt erg op <strong>de</strong> hedonische prijzenmetho<strong>de</strong> en heeft dan ook<br />
soortgelijke <strong>voor</strong>- en na<strong>de</strong>len. De metho<strong>de</strong> is alleen toepasbaar als consumenten<br />
zich bewust zijn van <strong>de</strong> milieueffecten en van <strong>de</strong> opties om ze te vermij<strong>de</strong>n.<br />
1 MSC staat <strong>voor</strong> Marine Stewardship Council.
Geschiktheid <strong>voor</strong> MKBA visserij<br />
Omdat <strong>de</strong> effecten van visserij groten<strong>de</strong>els buiten <strong>de</strong> belevingssfeer van <strong>de</strong><br />
burger vallen, is <strong>de</strong> toepasbaarheid binnen een MKBA visserij zeer beperkt.<br />
De <strong>kosten</strong> die gemaakt wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> milieuvrien<strong>de</strong>lijke visserijmetho<strong>de</strong>n<br />
(zowel door vissers als door <strong>de</strong> overheid) kunnen een indicatie geven van <strong>de</strong><br />
waar<strong>de</strong> van te daarmee te vermij<strong>de</strong>n negatieve effecten. Ook hier is weer<br />
sprake van een on<strong>de</strong>rgrens <strong>voor</strong> <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>, waarvan <strong>de</strong> relevantie beperkt is<br />
omdat slechts een zeer kleine groep zich bewust is van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> effecten,<br />
terwijl <strong>de</strong> impact niet noodzakelijkerwijs tot die kleine groep beperkt blijft.<br />
4. Vervangings<strong>kosten</strong> (Replacement costs)<br />
De potentiële <strong>kosten</strong> die gemaakt zou<strong>de</strong>n moeten wor<strong>de</strong>n om een bepaal<strong>de</strong><br />
functie die verloren is gegaan te vervangen, geven een indicatie van <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>.<br />
Deze waar<strong>de</strong> kan bij<strong>voor</strong>beeld bepaald wor<strong>de</strong>n via schaduwprojecten. Na<strong>de</strong>el<br />
van <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> is dat geen relatie wordt gelegd met het nut dat<br />
consumenten aan <strong>de</strong> functie ontlenen, tenzij <strong>de</strong> functie ook in<strong>de</strong>rdaad wordt<br />
vervangen.<br />
5. Contingente waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong> (CVM)<br />
Bij <strong>de</strong> contingente, of conditionele waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong> wordt individuen mid<strong>de</strong>ls<br />
een enquête direct gevraagd naar hun betalingsbereidheid <strong>voor</strong> een hypothetische<br />
veran<strong>de</strong>ring in het aanbod van een publiek goed, zoals natuur of<br />
milieu 'willingness to pay'. In <strong>de</strong> enquête komt een hypothetische beschrijving<br />
over <strong>de</strong> omstandighe<strong>de</strong>n waarin goed ter beschikking wordt gesteld aan <strong>de</strong><br />
respon<strong>de</strong>nt en <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt moet betalen (via belasting of<br />
donatie) (Van <strong>de</strong>r Hei<strong>de</strong> et al., 2006). Zowel <strong>de</strong> hypothetische beschrijving als<br />
<strong>de</strong> karakteristieken van <strong>de</strong> respon<strong>de</strong>nt beïnvloe<strong>de</strong>n in grote mate <strong>de</strong> uitkomst<br />
van het on<strong>de</strong>rzoek.<br />
Bezwaren zijn:<br />
- het is sterk hypothetisch (het gaat om <strong>de</strong> betalingsintentie);<br />
- er is een kans op sociaal wenselijke antwoor<strong>de</strong>n;<br />
- respon<strong>de</strong>nten zijn geneigd hun betalingsbereidheid aan te passen aan het<br />
betalingsinstrument;<br />
- veelal is niet eenduidig te bepalen wat <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ringspopulatie zou moeten<br />
zijn (wie zijn <strong>de</strong> stakehol<strong>de</strong>rs?).<br />
45
46<br />
Geschiktheid <strong>voor</strong> MKBA visserij<br />
Deze metho<strong>de</strong> zou in theorie gebruikt kunnen wor<strong>de</strong>n <strong>voor</strong> waar<strong>de</strong>ring van natuurwaar<strong>de</strong><br />
van (bescherm<strong>de</strong>) gebie<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> Noordzee. Probleem is wel dat<br />
slechts weinig mensen kennis hebben van <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n. Dat betekent dat<br />
veel uitleg <strong>voor</strong>af nodig is of dat gewerkt moet wor<strong>de</strong>n met een zeer beperkte<br />
waar<strong>de</strong>ringspopulatie. In <strong>de</strong> praktijk zijn hierdoor grote problemen te verwachten<br />
bij toepassing van <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong>.<br />
6. Conjoint Analysis<br />
In <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> wordt respon<strong>de</strong>nten gevraagd keuzes te maken uit keuzealternatieven<br />
die wor<strong>de</strong>n beschreven in kenmerken die het keuzegedrag beïnvloe<strong>de</strong>n.<br />
Bij<strong>voor</strong>beeld auto x die zoveel kost, zoveel bagageruimte heeft en in<br />
verschillen<strong>de</strong> kleuren leverbaar is of auto y met iets an<strong>de</strong>re kenmerken.<br />
Tabel 5.1 Overzicht waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n en geschiktheid <strong>voor</strong> waar<strong>de</strong>ring<br />
van visserijeffecten<br />
Directe marktwaar<strong>de</strong>ring<br />
(DMW)<br />
Voedsel<strong>voor</strong>ziening +<br />
Aantasting zeebo<strong>de</strong>m (flora, fauna)<br />
door<br />
bo<strong>de</strong>mberoering<br />
Reis<strong>kosten</strong> metho<strong>de</strong><br />
Hedonische prijzen me-<br />
tho<strong>de</strong><br />
Contingente waar<strong>de</strong>ring<br />
metho<strong>de</strong><br />
Vervangings<strong>kosten</strong><br />
Vermijdings<strong>kosten</strong><br />
+ + +<br />
Discards + + +<br />
Werkgelegenheid + +<br />
Recreatie en Toerisme + +<br />
Cultureel erfgoed (stock) + + +<br />
Cultuur/waar<strong>de</strong>patroon (flow) + +<br />
Energieverbruik + +<br />
CO 2-uitstoot + +<br />
Conjoint analysis
Het grootste bezwaar dat kleeft aan <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> is het hypothetische<br />
karakter ervan.<br />
Geschiktheid <strong>voor</strong> MKBA visserij<br />
Een Conjoint Analysis is in principe geschikt <strong>voor</strong> <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van belevings-<br />
en bestaanswaar<strong>de</strong> van natuur. Ook hier geldt weer het na<strong>de</strong>el dat <strong>de</strong> meeste<br />
mensen weinig kennis van en ervaring met natuurgebie<strong>de</strong>n op zee hebben.<br />
Voor toepassing van <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> zou, net als bij CVM, uitgebrei<strong>de</strong> <strong>voor</strong>lichting<br />
nodig zijn.<br />
In bijlage 4 staat een overzicht van <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> functies van ecosystemen<br />
en <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n die het meest geschikt zijn om <strong>de</strong>ze functies<br />
te waar<strong>de</strong>ren. In tabel 5.1 is samengevat wat <strong>de</strong> belangrijkste<br />
visserijeffecten zijn en met welke metho<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze te waar<strong>de</strong>ren zijn. In hoofdstuk<br />
6, tabel 6.2 zal het verband gelegd wor<strong>de</strong>n tussen visserij effecten, ecosysteemfuncties<br />
en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n.<br />
5.3 De rol van stakehol<strong>de</strong>rs in een MKBA<br />
Een MKBA is geen objectief meetinstrument. Het wordt beïnvloed door <strong>de</strong> beleving<br />
van mensen, met name wanneer het gaat om <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ren van externe<br />
effecten. De keuze van <strong>de</strong> populatie en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> vragen spelen<br />
hierdoor een belangrijke rol bij een MKBA. Stakehol<strong>de</strong>rs spelen een belangrijke<br />
rol bij een MKBA op verschillen<strong>de</strong> manieren:<br />
- dragers<br />
Stakehol<strong>de</strong>rs zijn in principe <strong>de</strong> dragers van <strong>de</strong> maatschappelijke <strong>kosten</strong><br />
en baten;<br />
- waar<strong>de</strong>ring<br />
Voor zover maatschappelijke <strong>kosten</strong> en baten buiten <strong>de</strong> markt om werken<br />
en dus niet van nature in geld wor<strong>de</strong>n uitgedrukt, kunnen stakehol<strong>de</strong>rs een<br />
rol spelen in <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van effecten, bij<strong>voor</strong>beeld als respon<strong>de</strong>nten bij<br />
<strong>de</strong> bepaling van WTP in een CVM-on<strong>de</strong>rzoek. De uitein<strong>de</strong>lijke waar<strong>de</strong>ringspopulatie<br />
en <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> gestel<strong>de</strong> vragen kunnen <strong>de</strong> uitkomsten van<br />
het on<strong>de</strong>rzoek sterk bepalen;<br />
- verantwoording<br />
Over <strong>de</strong> resultaten van een MKBA zal verantwoording afgelegd moeten<br />
wor<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> stakehol<strong>de</strong>rs. Bij uitvoering van een MKBA wor<strong>de</strong>n vele<br />
47
48<br />
keuzes gemaakt die <strong>de</strong> uitkomsten direct beïnvloe<strong>de</strong>n. Als hierover niet<br />
gecommuniceerd wordt, wordt <strong>de</strong> MKBA een black box en verliest <strong>de</strong>ze<br />
zijn waar<strong>de</strong>.<br />
5.4 Waar<strong>de</strong>ring van visserijeffecten (enkele <strong>voor</strong>beel<strong>de</strong>n)<br />
5.4.1 Waar<strong>de</strong>ring van discards<br />
Om discards te kunnen waar<strong>de</strong>ren, is on<strong>de</strong>r meer informatie nodig over <strong>de</strong><br />
hoeveelheid discards, <strong>de</strong> groeisnelheid van vis, <strong>de</strong> natuurlijke mortaliteit en <strong>de</strong><br />
visprijzen. Ter verdui<strong>de</strong>lijking van <strong>de</strong> metho<strong>de</strong> wordt hier een <strong>voor</strong>beeld gegeven<br />
van <strong>de</strong> berekening van <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van discards uit <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorvisserij.<br />
Het <strong>voor</strong>beeld betreft waar<strong>de</strong>ring van discards <strong>voor</strong> het jaar 1998<br />
(Buisman et al., 2001) en is gebaseerd op <strong>de</strong> toen beschikbare gegevens.<br />
Discardsvolume<br />
De eerste stap bij het waar<strong>de</strong>ren van discards, bestaat uit het schatten van<br />
het volume. Dat dit niet eenvoudig is, blijkt wel uit het feit dat <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong><br />
bestaan<strong>de</strong> schattingen behoorlijk verschillen. Fonds (1994) schat <strong>de</strong> totale<br />
productie van do<strong>de</strong> discards door <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse tong- en scholvisserij in <strong>de</strong><br />
zui<strong>de</strong>lijke Noordzee op 270,000 ton vis en 120,000 ton invertebraten. Hij<br />
schat dat <strong>voor</strong> ie<strong>de</strong>re kilo marktwaardige tong gevangen met een 12 m boomkor<br />
er minsten 8 kilo do<strong>de</strong> vis en 6 kilo invertebraten wordt 'gediscard'. Voor<br />
een 4 m boomkor is dit 10 kilo visdiscards en 4 kilo invertebraten <strong>voor</strong> ie<strong>de</strong>re<br />
kilo gevangen tong. Deze schattingen zijn echter gebaseerd op slechts enkele<br />
waarnemingen in kustgebie<strong>de</strong>n, die zijn geëxtrapoleerd naar <strong>de</strong> hele Noordzee.<br />
Van Beek (1998) schat <strong>de</strong> totale hoeveelheid gediscar<strong>de</strong> vis (dood of levend)<br />
door Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorkotters op 100 Kt en <strong>de</strong> hoeveelheid discards<br />
van invertebraten op170 Kt. Dit komt neer op 0,8 kilo vis <strong>voor</strong> ie<strong>de</strong>re<br />
kilo aangelan<strong>de</strong> vis. Bij <strong>de</strong> visdiscards gaat het om 50% schar, 30% schol<br />
tussen 15 en 27 cm. De overige 20% bestaat <strong>voor</strong>namelijk uit kabeljauw, wijting,<br />
bot en poon. Deze schattingen zijn gebaseerd op 51 gemonitor<strong>de</strong> reizen<br />
van commerciële schepen geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> 1976-1991.<br />
Bei<strong>de</strong> schattingen zijn niet zon<strong>de</strong>r meer vergelijkbaar omdat het bij <strong>de</strong><br />
schatting van Fonds om do<strong>de</strong> discards gaat terwijl Van Beek zowel do<strong>de</strong> als
leven<strong>de</strong> discards heeft gemeten. Wel kan gesteld wor<strong>de</strong>n dat <strong>de</strong> schattingen<br />
van Fonds waarschijnlijk te hoog zijn omdat ze zijn gebaseerd op observaties<br />
in kustwateren waar discards in het algemeen hoger zijn dan in open zee. De<br />
schattingen van Van Beek zijn gebaseerd op waarnemingen op verschillen<strong>de</strong><br />
visgron<strong>de</strong>n en lijken daarom meer betrouwbaar. In <strong>de</strong> huidige boomkorvloot<br />
liggen <strong>de</strong> discards waarschijnlijk wel lager vanwege vergroting van <strong>de</strong> minimummaaswijdte<br />
en wellicht ook door introductie van <strong>de</strong> scholbox (Van Lavieren,<br />
2000).<br />
Tabel 5.2 Schattingen van het discards volume (in Kt)<br />
Bron Perio<strong>de</strong><br />
Discards (vis)<br />
% totale aanlandingen<br />
Discards (invertebraten)<br />
Fonds (1994) a) 1992-1993 270 120 -<br />
Van Beek (1998) 1976-1990 100 80% 170 136% 125 395<br />
a) Deze schatting heeft alleen betrekking op do<strong>de</strong> discards.<br />
Bron: Buisman et al. (2001).<br />
Van Beek (1998) maakte ook een schatting van discards per soort als percentage<br />
van <strong>de</strong> totale vangst (tabel 5.3). Hoewel het discardgedrag in <strong>de</strong> tijd<br />
kan veran<strong>de</strong>ren, wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze schattingen in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> paragraaf gebruikt<br />
<strong>voor</strong> een indicatieve schatting van <strong>de</strong> totale waar<strong>de</strong> van discards in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse<br />
boomkorvisserij.<br />
% totale aanlandingen<br />
Totale aanlandingen<br />
Totale vangsten<br />
49
50<br />
Tabel 5.3 Discards per soort (perio<strong>de</strong> 1976-1990)<br />
Discards per soort % totale vangst (aantal) % totale vangst (volume)<br />
Schol 51 27<br />
Tong 16 10<br />
Schar 98 92<br />
Bot 78 71<br />
Griet 21 8<br />
Tarbot 12 4<br />
Wijting 82 68<br />
Schelvis 27 9<br />
Steenbolk 94 81<br />
Kabeljauw 59 22<br />
Bron: Buisman et al. (2001).<br />
De waar<strong>de</strong> van discards<br />
De schatting van Van Beek (1998) is als uitgangspunt gebruikt <strong>voor</strong> <strong>de</strong> berekening<br />
van <strong>de</strong> totale waar<strong>de</strong> van discards in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorvisserij.<br />
Deze berekening bestaat uit <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> stappen:<br />
- op basis van interviews met vissers (LEI, 2000) is <strong>de</strong> proportie van on<strong>de</strong>rmaatse<br />
vis in <strong>de</strong> discards geschat op 97% <strong>voor</strong> schol, 95% <strong>voor</strong> schar<br />
en 70% <strong>voor</strong> kabeljauw, wijting, bot en poon;<br />
- discardmortaliteit wordt geschat op 90% <strong>voor</strong> schol, 98% <strong>voor</strong> schar en<br />
90% <strong>voor</strong> kabeljauw, wijting, bot en poon (Van Beek, 1998);<br />
- op basis van schatting van <strong>de</strong> natuurlijke visserijmortaliteit in <strong>de</strong> biologische<br />
literatuur wordt <strong>de</strong> proportie on<strong>de</strong>rmaatse discards die uit had kunnen<br />
groeien tot <strong>de</strong> minimummaat geschat op 90% (Van Lavieren, 2000);<br />
- het percentage van <strong>de</strong>ze vis dat uitein<strong>de</strong>lijk wordt gevangen wordt geschat<br />
op basis van 80%, op basis van een natuurlijke mortaliteit van 0,1<br />
en een visserijmortaliteit van 0,4;<br />
- <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van discards boven <strong>de</strong> minimummaat is berekend door het geschatte<br />
volume te vermenigvuldigen met gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> prijzen (1998);<br />
- <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rmaatse discards is berekend als <strong>de</strong> contante<br />
waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> toekomstige vangsten, rekening hou<strong>de</strong>nd met visserijmortaliteit,<br />
<strong>de</strong> tijd nodig om uit te groeien tot <strong>de</strong> minimummaat, en het percentage<br />
gewichtstoename geduren<strong>de</strong> <strong>de</strong> groei tot <strong>de</strong> minimummaat;
- <strong>de</strong> totale waar<strong>de</strong> van discards wordt berekend als <strong>de</strong> som van <strong>de</strong> waar<strong>de</strong><br />
van discards boven <strong>de</strong> minimummaat en <strong>de</strong> waar<strong>de</strong> van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rmaatse<br />
discards.<br />
Het resultaat van <strong>de</strong>ze berekening (tabel 5.4) <strong>voor</strong> 1998 is een waar<strong>de</strong><br />
van <strong>de</strong> totale jaarlijkse visdiscards van circa. € 160 mln., ofwel circa 70% van<br />
<strong>de</strong> aanlandingswaar<strong>de</strong> in dit jaar. Dit moet om een aantal re<strong>de</strong>nen wor<strong>de</strong>n beschouwd<br />
als een indicatieve schatting van <strong>de</strong> bovengrens <strong>voor</strong> <strong>de</strong> totale<br />
waar<strong>de</strong> van discards:<br />
- <strong>de</strong> onzekerheid van <strong>de</strong> schatting van het volume discards;<br />
- <strong>de</strong> onzekerheid van <strong>de</strong> samenstelling van discards in termen van maatse<br />
en on<strong>de</strong>rmaatse vis;<br />
- onzekerheid van natuurlijke vismortaliteit.<br />
De bereken<strong>de</strong> waar<strong>de</strong> moet als een bovengrens beschouwd wor<strong>de</strong>n om<br />
<strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> re<strong>de</strong>nen:<br />
- <strong>de</strong> berekening is gebaseerd op observaties tussen 1976 en 1990, toen<br />
<strong>de</strong> toegestane maaswijdte kleiner was dan tegenwoordig. Minimummaaswijdte<br />
is sindsdien toegenomen van 75 tot 80 mm (on<strong>de</strong>r 55 gra<strong>de</strong>n<br />
noor<strong>de</strong>rbreedte). Het lijkt re<strong>de</strong>lijk om te veron<strong>de</strong>rstellen dat daardoor <strong>de</strong><br />
hoeveelheid on<strong>de</strong>rmaatse discards is afgenomen;<br />
- sinds 1995 mag er in <strong>de</strong> scholbox nog slechts gevist wor<strong>de</strong>n door schepen<br />
tot 221 kW en met boomkorlengte tot 4 m;<br />
- <strong>voor</strong> sommige soorten, <strong>voor</strong>namelijk schar en bot, heeft <strong>de</strong> markt zich<br />
ontwikkeld en zijn <strong>de</strong> prijzen gestegen, waardoor <strong>de</strong> prikkel om bovenmaatse<br />
exemplaren van <strong>de</strong>ze soorten te discar<strong>de</strong>n is afgenomen.<br />
Bovenstaan<strong>de</strong> metho<strong>de</strong> beperkt zich tot bepaling van <strong>de</strong> potentiële commerciële<br />
waar<strong>de</strong> van discards. De niet-gebruikswaar<strong>de</strong> wordt buiten beschouwing<br />
gelaten, evenals bij <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring van aangelan<strong>de</strong> vis. De<br />
bestaanswaar<strong>de</strong> van een gezond visbestand zou in principe kunnen wor<strong>de</strong>n<br />
geschat met behulp van <strong>de</strong> Contingente Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>, hoewel het niet<br />
eenvoudig zal zijn om <strong>de</strong> juiste groep stakehol<strong>de</strong>rs, die bij <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring<br />
moet wor<strong>de</strong>n betrokken, <strong>voor</strong> ie<strong>de</strong>r visbestand te <strong>de</strong>finiëren.<br />
51
52<br />
Tabel 5.4 Indicatieve berekening van <strong>de</strong> totale waar<strong>de</strong> van discards in <strong>de</strong><br />
Ne<strong>de</strong>rlandse boomkorvisserij<br />
Kabeljauw,<br />
wijting, bot,<br />
poon,<br />
Totaal Schol Schar steenbolk<br />
Discards % van totaal (schatting<br />
Van Beek, 98)<br />
Vis Discards Kt (schatting Van<br />
30 50 20<br />
Beek, 98) 100 30 50 20<br />
Discardsterfte (%) 90 98 90<br />
Do<strong>de</strong> discards (Kt) 27 49 18<br />
Boven minimummaat (%) 3 5 30<br />
Boven minimummaat (Kt) 1 2 5<br />
On<strong>de</strong>rmaats (schol 15 tot 27 cm)<br />
% dat na 1 jaar minimummaat bereikt<br />
(1-natuurlijke mortaliteit, 0,1)<br />
85 26 47 13<br />
90% 90% 90%<br />
Gewichtstoename (%)<br />
Hoeveelheid die minimummaat be-<br />
113 113 113<br />
reikt (Kt) 163 50 89 24<br />
Vangst % maatse vis (nat<br />
mort=0,1, viss.mort. = 0,4)<br />
Verloren gegane toekomstige<br />
80 80 80<br />
vangsten<br />
Gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> prijs €/kg 1998<br />
40 71 19<br />
kleinste sortering 1,89 1,05 0,50<br />
Gemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> prijs €/kg 1998 1,94 1,05 0,50<br />
Waar<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rmaats (contante<br />
waar<strong>de</strong>) (* mln. €) 155 74 72 9<br />
Waar<strong>de</strong> maatse vis (* mln €) 7 2 3 3<br />
Totale waar<strong>de</strong> discards (* mln. €) 162 75 75 12
5.4.2 Waar<strong>de</strong>ring van bo<strong>de</strong>mberoering en aantasting bo<strong>de</strong>mfauna door <strong>de</strong><br />
boomkorvisserij<br />
De boomkorvisserij staat on<strong>de</strong>r steeds nadrukkelijker kritiek omdat het slepen<br />
van boomkortuig leidt to beschadiging van <strong>de</strong> zeebo<strong>de</strong>m, aantasting van habitats<br />
en vernietiging van bo<strong>de</strong>mleven. De directe effecten op bo<strong>de</strong>mleven zijn<br />
in diverse studies in kaart gebracht (zie hoofdstuk 2). Tevens is dui<strong>de</strong>lijk dat<br />
<strong>de</strong>ze directe effecten consequenties hebben <strong>voor</strong> verschillen<strong>de</strong> door het bentisch<br />
ecosysteem gelever<strong>de</strong> diensten, zoals nutriënt cycling, climate regulation,<br />
waste treatment. De diverse studies leggen echter geen kwantitatief<br />
verband tussen <strong>de</strong>ze door het ecosysteem gelever<strong>de</strong> diensten en <strong>de</strong> directe<br />
effecten van <strong>de</strong> boomkor op het bo<strong>de</strong>mleven, zodat op dit moment geen aanknopingspunt<br />
bestaat <strong>voor</strong> waar<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong>ze effecten. In afwachting van<br />
na<strong>de</strong>r on<strong>de</strong>rzoek zal daarom binnen een MKBA moeten wor<strong>de</strong>n volstaan met<br />
een pro memorie vermelding van <strong>de</strong> effecten van boomkorvisserij op benthische<br />
ecosystemen.<br />
53
6. Stappenplan MKBA visserij<br />
54<br />
6.1 Inleiding<br />
Hoewel <strong>de</strong> een MKBA <strong>voor</strong> <strong>de</strong> visserijsector an<strong>de</strong>re gegevens en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
behoeft dan een MKBA op land, hoeven <strong>de</strong> te volgen stappen<br />
niet wezenlijk te verschillen van die <strong>voor</strong> an<strong>de</strong>re sectoren. We zullen daarom<br />
aanhaken bij twee belangrijke bestaan<strong>de</strong> schema's die al in <strong>de</strong> praktijk wor<strong>de</strong>n<br />
toegepast: het OEEI-stappenplan <strong>voor</strong> infrastructurele projecten en het EPAstappenplan<br />
<strong>voor</strong> <strong>voor</strong>genomen milieumaatregelen. Deze bei<strong>de</strong> methodieken<br />
lijken erg op elkaar en zijn samen weergegeven in figuur 6.1. De bei<strong>de</strong> metho<strong>de</strong>s<br />
vormen <strong>de</strong> basis <strong>voor</strong> het stappenplan MKBA-visserij dat in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong><br />
paragraaf wordt gepresenteerd.<br />
Figuur 6.1 Stappenplannen van EPA, respectievelijk OEEI (2000) <strong>voor</strong><br />
het uitvoeren van een MKBA<br />
Stappenplan EPA <strong>voor</strong> MKBA van <strong>voor</strong>- Stappenplan OEEI (2000) <strong>voor</strong> MKBA van<br />
genomen milieumaatregelen:<br />
infrastructuurprojecten:<br />
1. Beschrijving autonome ontwikkeling<br />
dit betreft een beschrijving van <strong>de</strong> milieu- 1. Probleemanalyse<br />
problemen nu en in <strong>de</strong> toekomst en is <strong>de</strong><br />
baseline waartegen <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> en baten van 2. Project<strong>de</strong>finitie<br />
maatregelen vergeleken wor<strong>de</strong>n.<br />
(vergelijkbaar met stap 1 en stap 2 van EPA)<br />
2. Planbeschrijving<br />
beschrijving van een aantal alternatieve<br />
maatregelen die ter mitigering van het milieuprobleem<br />
overwogen wor<strong>de</strong>n.<br />
3. Inventarisatie effecten<br />
3. I<strong>de</strong>ntificatie effecten<br />
i<strong>de</strong>ntificatie en kwantificering van effecten (vergelijkbaar met stap 3 van EPA)<br />
die <strong>voor</strong>tkomen uit verbetering van het milieu<br />
ten gevolge van maatregelen.
Figuur 6.1 Stappenplannen van EPA, respectievelijk OEEI (2000) <strong>voor</strong><br />
het uitvoeren van een MKBA (vervolg)<br />
Stappenplan EPA <strong>voor</strong> MKBA van <strong>voor</strong>- Stappenplan OEEI (2000) <strong>voor</strong> MKBA van<br />
genomen milieumaatregelen:<br />
infrastructuurprojecten:<br />
4. Waar<strong>de</strong>ring effecten<br />
4. Raming relevante exogene ontwikkeling<br />
<strong>voor</strong> het waar<strong>de</strong>ren van milieu-effecten on- (on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el stap 1 van EPA)<br />
<strong>de</strong>rscheidt EPA een aantal basismetho<strong>de</strong>n. 5. Raming en waar<strong>de</strong>ring projecteffecten (vergelijkbaar<br />
met stap 4 van EPA)<br />
6. Raming investerings- en exploitatie<strong>kosten</strong><br />
(on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van stap 4 van EPA)<br />
5. Berekening nettobaten<br />
7. Vervaardiging <strong>kosten</strong>-batenopstelling (ver-<br />
daarbij dienen plausibele on<strong>de</strong>r- en bovengelijkbaar met stap 5 van EPA)<br />
grenzen van schattingen van nettobaten<br />
moeten te wor<strong>de</strong>n gegenereerd en een gevoeligheidsanalyse<br />
te wor<strong>de</strong>n uitgevoerd.<br />
Tevens dient <strong>de</strong> ver<strong>de</strong>ling van <strong>de</strong> baten en<br />
<strong>kosten</strong> over actorgroepen in kaart te wor<strong>de</strong>n<br />
gebracht.<br />
6. Besluitvorming in geval van onzekere uit- 8. Varianten en risicoanalyse<br />
komst<br />
(uitgebrei<strong>de</strong>r dan stap 6 van EPA)<br />
omdat <strong>de</strong> resultaten van <strong>de</strong> schatting niet altijd<br />
eenduidig één specifieke milieumaatregel<br />
als superieur zullen kunnen aanwijzen dienen<br />
<strong>de</strong> resultaten die alternatieven te i<strong>de</strong>ntificeren<br />
die re<strong>de</strong>lijk zijn.<br />
Bron: EPA (1983), OEEI (2000), Bos (2004).<br />
6.2 Stappenplan <strong>voor</strong> uitvoering van een MKBA visserij<br />
In <strong>de</strong>ze paragraaf wordt het stappenplan <strong>voor</strong> een MKBA met betrekking tot<br />
<strong>de</strong> visserij gepresenteerd, gebaseerd op <strong>de</strong> stappenplannen EPA en OEII (figuur<br />
6.1). Daarbij wordt <strong>voor</strong>al stilgestaan bij <strong>de</strong> stappen 3 en 4 die betrekking<br />
hebben op het inventariseren en waar<strong>de</strong>ren van effecten. De overige<br />
stappen verschillen niet wezenlijk van MKBA op an<strong>de</strong>re terreinen. Daar zal dan<br />
ook niet diep op in wor<strong>de</strong>n gegaan.<br />
55
56<br />
Stap 1. Beschrijving autonome ontwikkeling<br />
Kosten en baten van een project met betrekking tot visserij zullen moeten<br />
wor<strong>de</strong>n vergeleken met een situatie waarin het betreffen<strong>de</strong> project niet wordt<br />
uitgevoerd. In <strong>de</strong>ze eerste stap wordt <strong>de</strong> baseline beschreven waartegen <strong>de</strong><br />
maatschappelijke <strong>kosten</strong> en baten in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> stappen zullen wor<strong>de</strong>n afgezet.<br />
De baseline kan betrekking hebben op <strong>de</strong> huidige situatie of op een<br />
<strong>voor</strong>ziene autonome ontwikkeling.<br />
Stap 2. Project<strong>de</strong>finitie<br />
In <strong>de</strong>ze stap wordt nauwkeurig beschreven wat er veran<strong>de</strong>rt ten opzichte van<br />
<strong>de</strong> (hypothetische) autonome ontwikkeling.<br />
Stap 3. Inventarisatie en beschrijving van effecten<br />
De belangrijkste potentiële effecten van visserij zijn in <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gaan<strong>de</strong> hoofdstukken<br />
beschreven. Effecten van veran<strong>de</strong>ringen in locatie, intensiteit of techniek<br />
van visserij zullen dan ook <strong>voor</strong>namelijk langs <strong>de</strong>ze dimensies verlopen.<br />
In veel gevallen zal het niet eenvoudig zijn om <strong>de</strong>ze effecten op <strong>voor</strong>hand te<br />
kwantificeren.<br />
Stap 4 Waar<strong>de</strong>ring van effecten<br />
De belangrijkste specifieke problemen <strong>voor</strong> een MKBA-visserij liggen op het<br />
gebied van inventarisatie en waar<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> effecten (stappen 3 en 4 van<br />
<strong>de</strong> MKBA). Deze zijn in <strong>de</strong> <strong>voor</strong>gaan<strong>de</strong> hoofdstukken besproken en geanalyseerd.<br />
Bijlage 5 geeft <strong>de</strong> belangrijkste typen effecten waarover informatie<br />
moet wor<strong>de</strong>n verzameld, <strong>de</strong> ecosysteemfuncties waarop ze van invloed zijn<br />
en <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n die mogelijk gebruikt kunnen wor<strong>de</strong>n om ze te<br />
waar<strong>de</strong>ren.<br />
Stap 5. Berekening <strong>kosten</strong> en baten<br />
Voorzover <strong>kosten</strong> en baten niet uit directe marktwaar<strong>de</strong>ring volgen, dient een<br />
schatting gemaakt te wor<strong>de</strong>n met behulp van <strong>de</strong> hier beschreven waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n.<br />
In sommige gevallen zal slechts een on<strong>de</strong>r- en bovengrens
kunnen wor<strong>de</strong>n aangegeven. In gevallen waar <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>ring niet in geld is uit<br />
te drukken kan wor<strong>de</strong>n volstaan met een pro memorie vermelding van <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong><br />
effecten.<br />
Om <strong>kosten</strong> en baten op verschillen<strong>de</strong> tijdstippen on<strong>de</strong>r een noemer te<br />
brengen, zal het resultaat van een <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong> wor<strong>de</strong>n uitgedrukt als<br />
een netto contante waar<strong>de</strong>, waarin tijd<strong>voor</strong>keur tot uiting komt door toekomstige<br />
<strong>kosten</strong> en baten te verdisconteren met een disconteringsvoet volgens<br />
<strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> formule:<br />
NCW<br />
<br />
B K<br />
T<br />
t<br />
<br />
t0<br />
1<br />
t r<br />
In <strong>de</strong>ze stap zal ook moeten wor<strong>de</strong>n aangegeven hoe <strong>de</strong> <strong>kosten</strong> en baten<br />
ver<strong>de</strong>eld zijn over <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> stakehol<strong>de</strong>rs.<br />
Stap 6. Gevoeligheids- en risicoanalyse<br />
t<br />
On<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re op basis van gevoeligheidsanalyse van <strong>de</strong> <strong>kosten</strong>- en batenbe-<br />
rekeningen kunnen risico's van zowel <strong>de</strong> autonome ontwikkeling als <strong>de</strong> <strong>voor</strong>-<br />
gestel<strong>de</strong> veran<strong>de</strong>ringen wor<strong>de</strong>n geanalyseerd.<br />
57
58<br />
Literatuur<br />
Becker, H.A., 'Social Impact Assessment'. In: European Journal of Operational<br />
Research, 2001, 128.<br />
Bergman, M.J.N. en J.W. Santbrink, Directe effecten van <strong>de</strong> visserij met 12m<br />
en 4m boomkorren op het bo<strong>de</strong>mleven in <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse sector van <strong>de</strong><br />
Noordzee. Rapport nr 94-13. BEON, 1994.<br />
Bos, E.J., De economische waar<strong>de</strong>ring van <strong>de</strong> effecten van infrastructuur op<br />
natuur: Casestudie 'Rondje Randstad'. Rapport 4.04.02. LEI, Den Haag,<br />
2004.<br />
Buisman, F.C, J.W. <strong>de</strong> Wil<strong>de</strong>, R. Cappell, G. Borel, Y. Giron, Economic aspects<br />
of discarding. DG Fish study '97/SE/018. Den Haag, 2001.<br />
Costanza, R. et al.,'The Value of the World's Ecosystem Services and Natural<br />
Capital'. In: Nature 387 (1997) pp. 253-60.<br />
EC-FAR, Environmental impact of bottom gears on benthic fauna in relation to<br />
natural resources management and protection of the North Sea. EC-FARrapport,<br />
1994, contract MA 1-549.<br />
Elhorst, J.P., A. Heyma, C.C. Koopmans en J. Oosterhaven, Indirecte Effecten<br />
Infrastructuurprojecten, Aanvulling op <strong>de</strong> leidraad OEI. Ministerie van Verkeer<br />
en Waterstaat en Ministerie van Economische Zaken, Den Haag, 2004.<br />
Forkink, A. et al., Ontwikkeling van een geïntegreer<strong>de</strong> <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong>metho<strong>de</strong><br />
van multifunctioneel ruimtegebruik in <strong>de</strong> Noordzee en kustzone. WUR<br />
rapport, Wageningen UR, Wageningen, 2004.<br />
Groot, R., M.J.M. van Mansfeld, A. Volkerts en J. Vreke, Haalbaarheidsstudie<br />
'over <strong>de</strong> bewoon<strong>de</strong> brug' oostflank Venlo. Rapport 591. Alterra, Wageningen,<br />
2002.
Groot, R.S. <strong>de</strong>, M.A. Wilson en R.M.J. Boumans, 'A typology for the classification,<br />
<strong>de</strong>scription and valuation of ecosystem functions, goods and services.'<br />
In: Ecological Economics 41 (2002) pp. 393-408.<br />
Hei<strong>de</strong>, M. van <strong>de</strong>r, E. Bos en J. Vreke, Analyseren en evalueren. Van beleidsmaatregelen<br />
met een effect op natuur en milieu. WOT-rapport, Wageningen<br />
UR, Wageningen, 2006.<br />
Jennings, S., T.A. Dinmore, D.E. Duplisea, K.J. Warr en J.E. Lancaster, 'Trawling<br />
Disturbance Can Modify Benthic Production Processes.' In: The Journal of<br />
Animal Ecology, Vol. 70 (2001) 3, pp. 459-475.<br />
Ministerie van LNV, Witteveen + Bos, Kentallen Waar<strong>de</strong>ring Natuur, Water,<br />
Bo<strong>de</strong>m en Landschap, Hulpmid<strong>de</strong>l bij MKBA's.<br />
Oostenbrugge, H. van, J. Powell, J. Smit, K. Taal, B. <strong>de</strong> Vos en K. Poppe,<br />
Economische effecten van sluiting van het beoog<strong>de</strong> zeereservaat in <strong>de</strong> Voor<strong>de</strong>lta<br />
<strong>voor</strong> het viscluster. Rapport 1.06.02. LEI. Den Haag, 2006.<br />
Rouwendal, J. en P. Rietveld, Welvaartsaspecten bij <strong>de</strong> evaluatie van infrastructuurprojecten,<br />
On<strong>de</strong>rzoeksprogramma Economische Effecten Infrastructuur<br />
(OEEI), (cluster B, <strong>de</strong>elstudie B1). Ministerie van Verkeer en Waterstaat en<br />
Ministerie van Economische Zaken, Den Haag, 2000.<br />
Ruijgrok, E.C.M., R. Brouwer en H. Verbruggen, Waar<strong>de</strong>ring van Natuur, Water<br />
en Bo<strong>de</strong>m in <strong>Maatschappelijke</strong> <strong>kosten</strong>-<strong>batenanalyse</strong>s; Aanvulling op <strong>de</strong> Leidraad<br />
OEI. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Den Haag, 2004.<br />
Smit, J.P.G. en F.C. Buisman, Transitie naar een duurzame kottervisserij;<br />
Economisch krachtenveld. Rapport 2.06.14. LEI, Den Haag, 2006.<br />
Taal, C., H. Bartelings, A. Klok en H. van Oostenbrugge, Visserij in Cijfers<br />
2007. Periodiek rapport 07.04. LEI, Den Haag, 2007.<br />
Throsby, D., 'Cultural Capital'. In: Journal of Cultural Economics 23 (1999) 3-<br />
12.<br />
59
60<br />
Turner, R.K., J.C.J.M. van <strong>de</strong>n Bergh, T. Sö<strong>de</strong>rqvist, A. Barendregt, J. van <strong>de</strong>r<br />
Straaten, E. Maltby en E.C. van Ierland, 'Ecological economic analysis of wetlands:<br />
scientific integration for management and policy.' In: Ecological Economics,<br />
35 (2000) 1, pp. 7-23.<br />
Tylor, E., Primitive Culture. Harper & Row Publishers, New York, 1958 (originally<br />
published in 1871).<br />
Vos, B. <strong>de</strong>, M. Stuip, D. <strong>de</strong> Groot en O. Ypma, Bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n in <strong>de</strong><br />
Noordzee. Een inventarisatie van stakehol<strong>de</strong>rs en hun belangen en conflicten.<br />
Wageningen UR-rapport, Wageningen UR, Wageningen, 2006.<br />
Witteveen en Bos, Kentallen Waar<strong>de</strong>ring Natuur, Water, Bo<strong>de</strong>m en Landschap,<br />
Hulpmid<strong>de</strong>l bij MKBA's. Ministerie van LNV, 2006.
Bijlage 1<br />
Samenvatting van <strong>de</strong> impact van <strong>de</strong> boomkorvisserij op <strong>de</strong> bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n<br />
Tabel B1.1 Impacttabel boomkorvisserij<br />
Beschermd gebied Doggersbank Klaverbank Friese Front en kustzee<br />
Omvang gebruik relatief weinig visserij relatief lage dichthe<strong>de</strong>n in het ge- hoge intensiteit in alle seizoenen<br />
bied<br />
Negatieve effecten visserij<br />
boomkor<br />
verontreiniging water<br />
chemisch<br />
nutrienten<br />
organismen discards discards discards<br />
afval vast afval productie door beman- vast afval productie door beman- vast afval productie door beningningmanning<br />
vertroebeling door se<strong>de</strong>minentberoering<br />
vertroebeling door se<strong>de</strong>minentberoering<br />
vertroebeling (water) vertroebeling door se<strong>de</strong>minentberoering<br />
veran<strong>de</strong>ring sediment (bo<strong>de</strong>m)<br />
verwij<strong>de</strong>ren/af<strong>de</strong>kken
Tabel B1.1 Impacttabel boomkorvisserij (vervolg)<br />
Beschermd gebied Doggersbank Klaverbank Friese Front en kustzee<br />
Omvang gebruik relatief weinig visserij relatief lage dichthe<strong>de</strong>n in het ge- hoge intensiteit in alle seizoenen<br />
bied<br />
sortering door opwerveling van<br />
fijne slib<strong>de</strong>eltjes<br />
sortering door opwerveling van fijne<br />
slib<strong>de</strong>eltjes<br />
Negatieve effecten visserij<br />
boomkor<br />
veran<strong>de</strong>ring sediment samenstelling sortering door opwerveling van fijne<br />
slib<strong>de</strong>eltjes<br />
geluidsproductie door motoren<br />
geluidsproductie door motoren van<br />
verstoring<br />
geluid en trillingen (water) geluidsproductie door motoren van<br />
van schepen<br />
schepen<br />
geluidsproductie door motoren van<br />
schepen<br />
geluidsproductie door motoren<br />
van schepen<br />
schepen<br />
geluid en trillingen (lucht) geluidsproductie door motoren van<br />
schepen<br />
visuele aanwezigheid van <strong>de</strong><br />
schepen<br />
visuele aanwezigheid van <strong>de</strong> schepen<br />
visuele verstoring visuele aanwezigheid van <strong>de</strong> schepen<br />
elektromagnetische straling<br />
onttrekking<br />
bo<strong>de</strong>mfauna <strong>de</strong>el sterft ter plaatse <strong>de</strong>el sterft ter plaatse <strong>de</strong>el sterft ter plaatse<br />
visfauna afname door bevissing afname door bevissing afname door bevissing<br />
vogels<br />
zeezoogdieren<br />
refugiumfunctie (bo<strong>de</strong>m, water)
Tabel B1.1 Impacttabel boomkorvisserij (vervolg)<br />
Beschermd gebied Doggersbank Klaverbank Friese Front en kustzee<br />
Omvang gebruik relatief weinig visserij relatief lage dichthe<strong>de</strong>n in het ge- hoge intensiteit in alle seizoenen<br />
bied<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen<br />
voedselketen<br />
Negatieve effecten visserij<br />
boomkor<br />
plankton indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + vernietiging <strong>de</strong>el<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + vernietiging <strong>de</strong>el<br />
bo<strong>de</strong>mfauna indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen<br />
bo<strong>de</strong>mfauna<br />
verwij<strong>de</strong>ren vis + verschuiving<br />
bo<strong>de</strong>mfauna<br />
populatiesamenstelling<br />
verwij<strong>de</strong>ren vis + verschuiving populatiesamenstelling<br />
visfauna verwij<strong>de</strong>ren vis + verschuiving populatiesamenstelling<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt ra-<br />
vogels indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt ra-<br />
raken afval<br />
ken afval<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt<br />
ken afval<br />
indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt raken<br />
afval<br />
vertroebeling verstoring se<strong>de</strong>minentsamenstelling<br />
zeezoogdieren indirect effect door veran<strong>de</strong>ring<br />
voedselketen + eten/verstrikt ra-<br />
raken afval<br />
ken afval<br />
vertroebeling verstoring se<strong>de</strong>minentsamenstelling<br />
fysische kenmerken vertroebeling verstoring se<strong>de</strong>minentsamenstelling<br />
Samengesteld o.b.v. Lin<strong>de</strong>boom et al. (2004).
Bijlage 2<br />
Dieselolieverbruik per pk-klasse<br />
Figuur B2.1 Dieselolieverbruik per pk-klasse<br />
Oliev erbruik tot ale kott erv loot en per pk- groep<br />
400<br />
350<br />
300<br />
250<br />
200<br />
150<br />
100<br />
50<br />
0<br />
Miljoen liter<br />
1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000<br />
1- 260 261- 300 300- 1100 1101- 1500 1500+<br />
Bron: Smit en Buisman (2007).
Bijlage 3<br />
Solvabiliteit kottervloot<br />
Figuur B3.1 Solvabiliteit kottervloot<br />
Solvabiliteit kottervloot<br />
60<br />
50<br />
40<br />
30<br />
Procent<br />
20<br />
10<br />
0<br />
1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002 2004<br />
Bron: Smit en Buisman (2007).
Bijlage 4<br />
Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
Tabel B4.1 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n per ecosysteem functie<br />
Contingent<br />
valuation<br />
Indirect market pricing<br />
Direct market<br />
Ecosystem functions<br />
(and associated goods en services)<br />
travel cost Hedonic<br />
pricing<br />
Regulation functions b)<br />
1. gas regulation +++ o o<br />
pricing a) avoi<strong>de</strong>d cost replacement<br />
cost<br />
2. climate regulation +++ o o o<br />
3. disturbance regulation +++ ++ o +<br />
4. water regulation + ++ o o o<br />
5. water supply +++ o ++ o o o<br />
6. soil retention +++ ++ o o<br />
7. soil formation +++ o o<br />
8. nutrient cycling o +++ o<br />
9. waste treatment o +++ o ++<br />
10. pollination o + +++ o<br />
11. biological control + o +++ o
Tabel B4.1 Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n per ecosysteem functie (vervolg)<br />
Ecosystem functions<br />
Direct market<br />
Indirect market pricing<br />
Contingent<br />
(and associated goods en services) pricing a) avoi<strong>de</strong>d cost replacement travel cost Hedonic valuation<br />
cost<br />
pricing<br />
Habitat functions<br />
12. refugium function +++ o o ++<br />
13. nursery Function +++ o o o o<br />
Production functions<br />
14. food +++ o +<br />
15. raw Materials +++ o +<br />
16. genetic Resources +++ o o<br />
17. medicinal Resources +++ O o o<br />
18. ornamental Resurces +++ o o o<br />
Information functions<br />
19 aesthetic information o o +++ o<br />
20 recreation en tourism +++ o ++ + +++<br />
21 cultural en artistic insp. o o o +++<br />
22 spiritual en historic inf. o o +++<br />
23 science en education +++ o o<br />
a) Gebaseerd op toegevoeg<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>=marktwaar<strong>de</strong> minus kapitaal en arbeids<strong>kosten</strong> (gemid<strong>de</strong>ld 80% van <strong>de</strong> marktwaar<strong>de</strong> afhankelijk van <strong>de</strong> sector); b) In <strong>de</strong> kolommen is met +++<br />
aangegeven welke metho<strong>de</strong> volgens Constanza (1997) het meest gebruikt wordt <strong>voor</strong> <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> functie. Een 0 geeft aan dat een gebruik van een metho<strong>de</strong> niet in <strong>de</strong> literatuur is<br />
aangetroffen, maar dat <strong>de</strong>ze in principe gebruikt zou kunnen wor<strong>de</strong>n.<br />
Bron: De Groot et al. (2002).
Bijlage 5<br />
Effecten, functies en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
Tabel B5.1 Effecten, functies en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
Fysieke effecten Ecosysteemeffecten Ecosysteem functies Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
CVM a), vermijdings<strong>kosten</strong>, conjoint<br />
analysis<br />
ecologisch<br />
bo<strong>de</strong>mberoering vertroebeling nutriëntencyclus<br />
sterfte bo<strong>de</strong>mfauna<br />
refugium function<br />
veran<strong>de</strong>ring voedselketen<br />
verstoring sedimentensamenstel-<br />
ling<br />
bijvangst kraakbeenachtigen CVM, vermijdings<strong>kosten</strong>, conjoint<br />
Analysis<br />
invloed elektrische vel<strong>de</strong>n op elektroreceptoren<br />
van haaien en roggen<br />
(kraakbeenachtigen)<br />
stress, ontwijkgedrag, kraakbeenachtigen,<br />
vermin<strong>de</strong>ring vangst<br />
prooi<br />
CO2-uitstoot klimaat veran<strong>de</strong>ring klimaatregulering DMW b), vermijdings<strong>kosten</strong><br />
geluidsproductie door motoren ?? vermijdings<strong>kosten</strong><br />
schepen (trillingen water en lucht)
Tabel B5.1 Effecten, functies en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n (vervolg)<br />
Fysieke effecten Ecosysteemeffecten Ecosysteem functies Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
discards veran<strong>de</strong>ring voedselketen hedonische prijzenmetho<strong>de</strong>,<br />
CVM, vervangings<strong>kosten</strong>, vermijdings<strong>kosten</strong><br />
voedsel <strong>voor</strong> vogels (+)<br />
hedonische prijzenmetho<strong>de</strong>, vermijdings<strong>kosten</strong>,vervangingskos-<br />
min<strong>de</strong>r vis door bevissing veran<strong>de</strong>ring voedselketen kraamkamerfunctie (afhankelijk<br />
van gebied en perio<strong>de</strong>)<br />
ten<br />
verschuiving populatiesamenstelling<br />
voedsel <strong>voor</strong> vogels (-)<br />
afvalproduktie / opruiming waste treatment vermijdings<strong>kosten</strong><br />
economisch<br />
voedsel<strong>voor</strong>ziening DMW<br />
brandstofverbruik, <strong>kosten</strong> opbrengsten en <strong>kosten</strong> DMW, vermijdings<strong>kosten</strong><br />
opbrengsten en <strong>kosten</strong> DMW<br />
aantasting slijmlaag gevangen vissen<br />
- prijs - opbrengst<br />
sociaal cultureel informatie functies<br />
werkgelegenheid werkgelegenheid DMW, vermijdings<strong>kosten</strong>
Tabel B5.1 Effecten, functies en waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n (vervolg)<br />
Fysieke effecten Ecosysteemeffecten Ecosysteem functies Waar<strong>de</strong>ringsmetho<strong>de</strong>n<br />
recreatie en toerisme recreatie en toerisme reis<strong>kosten</strong>metho<strong>de</strong><br />
cultuur / waar<strong>de</strong>npatroon (flow) cultuur visserijgemeenschappen CVM, conjoint analysis, vervangings<strong>kosten</strong>,<br />
hedonische prijzenmetho<strong>de</strong>,<br />
toename <strong>kosten</strong><br />
misdaad, <strong>de</strong>pressies enzo<strong>voor</strong>t<br />
cultureel erfgoed / fysiek (stock) gebouwen en artefacten CVM, directe marktwaar<strong>de</strong>, hedonische<br />
prijzenmetho<strong>de</strong>)<br />
visuele verstoring door schepen belevingswaar<strong>de</strong>n CVM, conjoint analysis<br />
a) CVM = contingent valuation method; b) DMW = directe marktwaar<strong>de</strong>ring.
Het LEI ontwikkelt <strong>voor</strong> overhe<strong>de</strong>n en bedrijfsleven economische kennis op het gebied<br />
van voedsel, landbouw en groene ruimte. Met onafhankelijk on<strong>de</strong>rzoek biedt het zijn<br />
afnemers houvast <strong>voor</strong> maatschappelijk en strategisch verantwoor<strong>de</strong> beleidskeuzes.<br />
Het LEI is een on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van Wageningen Universiteit en Researchcentrum.<br />
Daarbinnen vormt het samen met het Departement Maatschappijwetenschappen<br />
<strong>de</strong> Social Sciences Group.<br />
Meer informatie: www.lei.wur.nl<br />
LEI-rapport 2008-005